C-879/19 Format

Prejudiciële hofzaak    

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     18 februari 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     4 april 2020

Trefwoorden : arbeidsovereenkomst, werkzaamheden, meerdere lidstaten

Onderwerp :

Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, zoals gewijzigd en bijgewerkt bij verordening (EG) nr. 118/97 van de Raad van 2 december 1996 (PB 1997, L 28, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1992/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 (PB 2006, L 392, blz. 1) en verordening (EG) nr. 592/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 (PB 2008, L 177, blz. 1).

 

Feiten:

Betrokkene UA, die in Polen woont, is werknemer van de vennootschap Format, welke haar statutaire zetel in Polen heeft. Betrokkene heeft in het kader van één en dezelfde arbeidsovereenkomst, in de periode van 05-11-2007 tot en met 06-01-2008 in het Verenigd Koninkrijk en vanaf 07-01-2008 tot op heden in Frankrijk gewerkt. Volgens de Poolse rechter in eerste aanleg kan de betrokkene niet worden aangemerkt als iemand die op het grondgebied van twee of meer lidstaten werkzaamheden in loondienst pleegt uit te oefenen in de zin van artikel 14, lid 2, onder b), van verordening 1408/71 aangezien hij aanvankelijk permanent in het Verenigd Koninkrijk en vervolgens in Frankrijk heeft gewerkt, terwijl de bepaling van toepassing is op werknemers die zich in het kader van de uitoefening van hun werkzaamheden veelvuldig tussen de grondgebieden van de lidstaten plegen te verplaatsen. Format heeft hier hoger beroep tegen ingesteld welke is afgewezen door de rechter in tweede aanleg. Bij de  verwijzende rechter heeft Format vervolgens cassatieberoep tegen de beslissing van de rechter in tweede aanleg ingesteld.

 

Overweging:

Volgens de verwijzende rechter is het onduidelijk of het begrip „degene die op het grondgebied van twee of meer lidstaten werkzaamheden in loondienst pleegt uit te oefenen” in de zin van artikel 14, lid 2, van verordening 1408/71 niet alleen betrekking heeft op werknemers die naast elkaar werkzaamheden in loondienst verrichten op het grondgebied van meer dan één lidstaat, maar ook op degenen die in meerdere lidstaten moeten werken, zonder dat dit werk in meerdere lidstaten tegelijk of nagenoeg tegelijk moet worden verricht. Mede om te voorkomen dat er in Polen rechtspraak tot stand komt die in strijd is met de regels van het Unierecht neigt de verwijzende rechter bij de onderhavige prejudiciële vraag tot de uitlegging van artikel 14, lid 2, van verordening 1408/71.

 

Prejudiciële vraag:

Moet het begrip „degene die op het grondgebied van twee of meer lidstaten werkzaamheden in loondienst pleegt uit te oefenen” van artikel 14, lid 2, eerste volzin, van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, in de versie van verordening (EG) nr. 118/97 van de Raad van 2 december 1996 (PB 1997, L 28, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1992/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 (PB 2006, L 392, blz. 1) [Or. 2], aldus worden uitgelegd dat het tevens betrekking heeft op een persoon die in het kader van één en dezelfde arbeidsovereenkomst die is gesloten met één en dezelfde werkgever gedurende de looptijd van deze overeenkomst werkzaamheden uitoefent op het grondgebied van minstens twee lidstaten en deze werkzaamheden niet gelijktijdig of parallel maar in onmiddellijk op elkaar volgende perioden van meerdere maanden uitoefent?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Format Urządzenia i Montaże Przemysłowe (C-115/11), Intermodal Transports, (C-495/03), Gourmet Classic (C-458/06), (C-13/73)

Specifiek beleidsterrein: SZW