C-880/19 Eurowings

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     31 januari 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     17 maart 2020

Trefwoorden : compensatie luchtreizigers, vervangende vlucht, vertraging

Onderwerp :

Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of

langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91.

 

Feiten:

Verzoekers hadden een vlucht geboekt met vertrek uit Düsseldorf op 05-06-2018 om 11:50 uur, en aankomst in Thessaloniki op 5 juni 2018 om 15:30 uur. Op 01-06-2018 werden verzoekers op de hoogte gebracht van de annulering van de vlucht en werd hun een vervangende vlucht aangeboden, waarmee zij op 05-06-2018 om 12:43 uur in Keulen vertrokken en om 16:13 uur in Thessaloniki aankwamen. De vlucht vertrok dus 53 minuten later dan aanvankelijk gepland, maar niet, zoals oorspronkelijk geboekt, vanuit Düsseldorf, maar vanuit Keulen; de vertraging bij aankomst bedroeg 43 minuten. Verweerster beroept zich op artikel 5, lid 1, onder c), iii), van verordening 261/2004 en stelt dat compensatie is uitgesloten wanneer bij de mededeling van de annulering kort voor het vertrek alternatief vervoer wordt aangeboden dat de passagiers in staat stelt „niet eerder dan één uur voor de geplande vertrektijd te vertrekken en minder dan twee uur na de geplande aankomsttijd de eindbestemming te bereiken”. Verzoekers geven aan dat de regeling slechts van toepassing is wanneer de vervangende vlucht vertrekt vanaf dezelfde luchthaven als de oorspronkelijk geboekte vlucht.

 

Overweging:

Over de kwestie of een vervangende vlucht moet vertrekken vanaf dezelfde plaats van vertrek als de geboekte vlucht bestaat geen rechtspraak van de hoogste rechterlijke instanties. Onduidelijk is ook hoe, indien de vervangende vlucht van een andere luchthaven vertrekt dan de oorspronkelijk geboekte vlucht, wordt berekend of in acht is genomen dat de vlucht ten hoogste één uur vroeger vertrekt. De verwijzende rechter legt deze vragen daarom voor aan het Hof.

 

Prejudiciële vragen:

1) Moet artikel 5, lid 1, onder c), iii), van verordening (EG) nr. 261/2004 aldus worden uitgelegd dat de daarin bedoelde andere vlucht die de passagier in staat stelt om niet eerder dan één uur voor de geplande vertrektijd te vertrekken, moet vertrekken vanaf dezelfde plaats van vertrek als de geboekte vlucht, of is vertrek vanaf een andere luchthaven ook mogelijk?

2) Indien vertrek vanaf een andere luchthaven ook mogelijk is, is dan alleen van belang dat de vlucht niet eerder dan één uur voor de geplande vertrektijd vertrekt, ongeacht hoe lang de reis van de passagier naar de luchthaven duurt, of moet bij de berekening van het verschil in tijd ook worden gezien naar de reis van de passagier naar de luchthaven?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: IenW