C-914/19 Ministero della Giustizia

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     19 februari 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     5 april 2020

Trefwoorden : discriminatie, gelijke behandeling, beroep, leeftijd

Onderwerp :

Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep.

 

Feiten:

Geïntimeerde, die ouder is dan vijftig jaar, heeft bij de Italiaanse bestuursrechter in eerste aanleg (de TAR) beroep ingesteld tegen het besluit van de directeur-generaal van het ministerie van Justitie van 21-04-2016 betreffende het vergelijkend examen voor 500 notarisposten, voor zover daarbij als voorwaarde voor deelname een maximumleeftijd van vijftig jaar op de datum van dat besluit is vastgesteld. Met aanvullende middelen heeft zij het besluit aangevochten waarbij zij werd uitgesloten van deelname aan de schriftelijke proeven omdat zij op de datum van de aankondiging ouder was dan vijftig jaar. In de loop van het geding is de betrokkene – door een voorlopige maatregel van de TAR – toestemming verleend om aan de schriftelijke en mondelinge proeven van het vergelijkend examen deel te nemen en is zij voor de proeven geslaagd. Hierdoor heeft de TAR het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het ministerie van Justitie heeft hoger beroep tegen dit vonnis ingesteld op grond dat de TAR het beroep had moeten verwerpen en geen belang had mogen hechten aan het feit dat zij voor de proeven van het vergelijkend examen was geslaagd, wat mogelijk was gemaakt door de in afwachting van de uitspraak toegekende voorlopige maatregel. Geïntimeerde is van mening dat een verschil in behandeling op grond van leeftijd in de zin van artikel 6 van richtlijn 2000/78/EG enkel verenigbaar met de richtlijn kan zijn indien het objectief en redelijk wordt gerechtvaardigd door een „legitiem doel” waarop de lidstaat zich kan beroepen indien het evenredig en passend is voor het bereiken van de vooropgestelde doelstellingen. De regel met betrekking tot de leeftijdsgrens voor toegang tot het beroep van notaris wordt daarentegen niet gerechtvaardigd in de wet waarin deze regel is vastgesteld.

 

Overweging:

De verwijzende rechter is van mening dat het betoog van geïntimeerde niet ertoe leidt dat de nationale regelgeving buiten toepassing moet worden gelaten, aangezien de redenen voor een mogelijke strijdigheid met het Unierecht noch onmiddellijk, noch voldoende duidelijk, nauwkeurig of onvoorwaardelijk zijn. In het aangehaalde artikel 6 van richtlijn 2000/78/EG is vastgesteld dat de lidstaten kunnen bepalen dat verschillen in behandeling op grond van leeftijd geen discriminatie vormen indien zij in het kader van de nationale wetgeving objectief en redelijk worden gerechtvaardigd door een legitiem doel, met inbegrip van legitieme doelstellingen van het beleid op het terrein van de werkgelegenheid, de arbeidsmarkt of de beroepsopleiding, en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn. De verwijzende rechter stelt echter dat er twijfel blijft bestaan over de verenigbaarheid van de Italiaanse wetgeving, met de relevante wetgeving van de Europese Unie inzake verschillen in behandeling op grond van leeftijd. Het is mogelijk de Italiaanse wettelijke bepaling op te vatten als discriminatie op grond van leeftijd ten nadele van een persoon die in aanmerking wil komen voor een notarispost, daar een legitiem doel ontbreekt, wat neerkomt op een verschil in behandeling dat niet is toegestaan in de Unierichtlijn op dit gebied.

 

Prejudiciële vraag:

Staan artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, artikel 10 VWEU en artikel 6 van richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000, waarin discriminatie op grond van leeftijd bij toegang tot een beroep is verboden, eraan in de weg dat een lidstaat een leeftijdsgrens kan vaststellen voor de toegang tot het beroep van notaris?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: JenV, SZW