Continuïteit energievoorziening

Op deze pagina:

Inleiding

Artikel 194, lid 1, aanhef en onder b, EU-Werkingsverdrag bepaalt dat de EU de continuïteit van de energievoorziening in de EU dient te waarborgen. Een ernstige verstoring van bijvoorbeeld de gaslevering, de elektriciteitslevering of de levering van olie kan nadelige gevolgen hebben voor de economie van de EU, maar ook voor consumenten binnen de EU. Om die redenen dient de EU er alles aan te doen om onderbrekingen van de gas- of elektriciteitslevering te voorkomen.

Naar boven

Elektriciteit

Verordening 2019/941 voorziet in een gemeenschappelijk kader met voorschriften die elektriciteitscrisissen binnen de EU moeten voorkomen. Ook geeft de verordening regels voor de voorbereiding op en de beheersing van elektriciteitscrisissen. In dit kader dient een lidstaat de Commissie en betrokken lidstaten te informeren over een mogelijke elektriciteitscrisis. Deze informatieplicht geldt eveneens wanneer de lidstaat besluit om daadwerkelijk een elektriciteitscrisis af te kondigen (artikel 14 van verordening 2019/941). Het delen van informatie over mogelijke en daadwerkelijke elektriciteitscrisissen moet verzekeren dat tijdens een crisis op gecoördineerde en doeltreffende wijze maatregelen kunnen worden genomen.

Naar boven

Gas

In verordening 2017/1938 zijn regels neergelegd die erop gericht zijn de leveringszekerheid van gas veilig te stellen. In het geval van een onderbreking van de gaslevering bestaat er een risico dat lidstaten eenzijdige maatregelen gaan afkondigen en dat daardoor de gaslevering aan afnemers uit andere lidstaten wordt beperkt. Een lidstaat kan drie crisisniveau's afkondigen. Ten eerste kan de lidstaat een vroegtijdige waarschuwing afkondigen, waarin de lidstaat vaststelt dat er een gebeurtenis kan plaatsvinden die de gaslevering kan doen verslechteren. Ten tweede de afkondiging van het alarmniveau, waarin de gaslevering daadwerkelijk verslechterd en de markt nog in staat is om deze verslechtering op te vangen. Tenslotte de afkondiging van een noodsituatie, waarin de markt de verslechtering niet meer kan opvangen en een lidstaat besluit om niet-marktgebaseerde maatregelen te nemen (artikel 11, lid 1, verordening 2017/1938).

Een lidstaat moet de afkondiging van één van de hierboven genoemde crisisniveau's melden aan de Commissie en de betrokken lidstaten. Op verzoek van een lidstaat die de noodsituatie heeft afgekondigd kan de Commissie besluiten om op regionaal of EU-niveau een noodsituatie af te kondigen. Indien een lidstaat de noodsituatie afkondigt moet deze lidstaat het vooraf opgestelde noodplan in werking laten treden (artikel 11, lid 4, verordening 2017/1938).

Naar boven

Olie

In richtlijn 2009/119 zijn regels vastgesteld die lidstaten verplichten om een minimumvoorraad aan (aard)olie in opslag te houden. Ook moeten de lidstaten ervoor zorgen dat deze voorraden te allen tijde beschikbaar en toegankelijk zijn. Daarnaast voorziet de richtlijn in een aantal procedures die kunnen worden toegepast wanneer er een ernstige schaarste aan aardolie ontstaat. In zulke gevallen van schaarste kunnen de lidstaten de voorraden in omloop brengen om de tekorten aan aardolie weg te werken. Tevens kan een lidstaat in een crisissituatie besluiten om beperkingen op te leggen aan de verkoop van aardolie.

Naar boven