Het begrip LHBTIQ

Het begrip LHBTIQ

Onder het begrip LHBTIQ vallen lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transseksuelen, interseksuelen en queers. In de LHBTIQ-strategie 2020-2025 van de Commissie wordt een onderscheid gemaakt tussen personen:

  1. die zich aangetrokken voelen tot personen van hetzelfde geslacht (lesbiennes, homoseksuelen) of beide geslachten (biseksuelen);
  2. waarvan de genderidentiteit en/of genderexpressie niet overeenkomst met het geslacht dat hen bij de geboorte is toegewezen (transseksuelen);
  3. die geboren zijn met geslachtskenmerken die niet passen bij de typische definitie van mannelijk of vrouwelijk (interseksuelen);
  4. waarvan de identiteit niet past in een binaire classificatie van seksualiteit of geslacht (queers). Queers verzetten zich tegen het man-vrouw onderscheid en elke identiteitsvorm in het algemeen

De eerste groep personen - homoseksuelen, lesbiennes en biseksuelen - hebben een bepaalde seksuele gerichtheid (ook wel seksuele geaardheid of seksuele oriëntatie). Seksuele gerichtheid verwijst naar "each person's capacity for profound emotional, affectional and sexual attraction to, and intimate and sexual relations, with individuals of the same gender or more than one gender" (FRA rapport 2009, pagina 24). Onder dit begrip vallen dus homoseksuelen en lesbiennes (attraction to same gender) en biseksuelen (attraction to more than one gender). 

De tweede groep personen - transseksuelen - kunnen onder het begrip 'gelijkheid van mannen en vrouwen' vallen. Soms wordt dit nadrukkelijk in de wetgeving opgenomen, onder andere in overweging 3 van richtlijn 2006/54. Deze overweging is opgenomen naar aanleiding van een arrest van het EU-Hof over de voorloper van richtlijn 2006/54. In dat arrest heeft het EU-Hof bevestigd dat de richtlijn gelijke behandeling ten aanzien van arbeid en beroep ook van toepassing is in het geval van discriminatie van een transseksueel:

"Het toepassingsgebied van de richtlijn (gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van arbeid en beroep) kan dan ook niet worden beperkt tot discriminaties verband houdend met het behoren tot het ene dan wel het andere geslacht. Gelet op haar doelstelling en op de aard van de rechten die zij beoogt te beschermen, dient de richtlijn ook toepassing te vinden bij discriminaties die berusten op de geslachtsverandering van een transseksueel." (C-13/94, punt 20). 

De derde en vierde groep personen - interseksuelen en queers - worden met regelmaat genoemd in mededelingen van de Commissie en conclusies van de Raad. Dit zijn instrumenten die juridisch niet bindend zijn, maar de lidstaten worden wel geacht deze instrumenten in aanmerking te nemen. 

Naar boven