Dublinverordening

Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend

Deze verordening schept duidelijkheid over welk land verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om asiel. Meestal is het land waar de vreemdeling het Schengengebied binnenkomt verantwoordelijk. Een ander land kan echter ook verantwoordelijk zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval als er al gezins- of familieleden wonen, die daar een verblijfsvergunning hebben. 

Het asielbeleid en de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor een asielaanvraag is geregeld in de Dublin Verordening. Op dit moment is de Dublin Verordening III van kracht. De Europese Commissie zal in het voorjaar van 2016 (vermoedelijk) een voorstel doen voor een nieuwe Verordening.

De Verordening regelt welke lidstaat verantwoordelijk is voor asielaanvragen. De Verordening hanteert een aantal criteria om aan te wijzen wie de verantwoordelijke lidstaat is. De lidstaat van binnenkomst is verantwoordelijk (artikel 13), tenzij er andere aanknopingspunten zijn met een andere lidstaat. Eén van die aanknopingspunten is dat er al een familielid asiel heeft gekregen in een lidstaat. Wanneer er al een familielid internationale bescherming geniet in een lidstaat, is dat een aanwijzing dat deze lidstaat ook verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van andere familieleden (op grond van artikel 9 van de Dublin Verordening).

De criteria om te beoordelen of een lidstaat verantwoordelijk is voor de asielaanvraag in volgorde van hiërarchie:

  • Lidstaat waar een gezinslid of familielid van een niet-begeleide minderjarige aanwezig is.
  • Lidstaat waar een gezinslid internationale bescherming geniet (de definitie van gezinslid is beperkt en is uitgewerkt in art. 2).
  • Lidstaat van de asielaanvraag van een gezinslid.
  • Lidstaat van afgifte van verblijfstitel of visa.
  • Lidstaat van illegale overschrijding van de grens.
  • Lidstaat waar geen visumplicht geldt.
  • Lidstaat van de asielaanvraag in de internationale transitzone van een luchthaven.
  • Lidstaat waar een verzoek om internationale bescherming het eerst ingediend werd.

Op grond van artikel 3, lid 3 van de Verordening heeft een lidstaat de mogelijkheid om iemand die om asiel verzoekt naar een derde veilig land te sturen. Dan moet dat derde land uiteraard voldoen aan de criteria uit de procedurerichtlijn.

( meer info)

In mei 2016 heeft de Europese Commissie een nieuw voorstel gedaan om de Dublin verordening te herzien. Het voorstel van de Commissie gaat uit van de criteria zoals die in de huidige Dublin verordening gelden, maar voegt daar een mechanisme voor herverdeling van asielzoekers aan toe, in de situatie dat een lidstaat niet in staat is om de stroom asielverzoeken te kunnen behandelen. Hierover kunt u meer lezen in het ECER bericht “ Europese Commissie stelt herverdeling asielzoekers voor”.