Andere instrumenten

De afgelopen jaren zijn diverse EU-initiatieven tot stand gekomen die bedreigingen van de rechtsstaat beogen te voorkomen en weg te nemen.

Op deze pagina:

Koppeling EU-financiering en rechtsstaat

De Commissie presenteerde in 2018 een voorstel voor een verordening inzake de bescherming van de begroting van de Unie in geval van fundamentele tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten (COM(2018)324). Het doel van deze verordening is om voorwaarden te verbinden aan het ontvangen van EU-financiering. Deze voorwaarden hebben betrekking op de eerbiediging van de rechtsstaat. De verordening moet het mogelijk maken om passende maatregelen te kunnen nemen in het geval een algemene tekortkoming op het gebied van de rechtsstaat in een lidstaat wordt geconstateerd. De algemene tekortkoming ziet op een (dreigende) aantasting van de beginselen van goed financieel beheer of de bescherming van de financiële belangen van de Unie. Hiermee onderscheidt dit mechanisme zich van de artikel 7-procedure en vormt het een aanvulling op deze procedure. De artikel 7-procedure heeft immers tot doel de naleving van de fundamentele waarden van de EU in algemene zin te garanderen.

Bij fundamentele tekortkomingen in de zin van de verordening gaat het om het in het gevaar brengen van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht; het niet voorkomen, corrigeren en bestraffen van willekeurige of onrechtmatige beslissingen van overheidsinstanties; het beperken van de beschikbaarheid en doeltreffendheid van rechtsmiddelen en het beperken van de doeltreffendheid van het onderzoek, de vervolging of de bestraffing van inbreuken op het recht.

De EU-Rekenkamer heeft een advies uitgebracht over de plannen van de Commissie om EU-financiering te verlagen voor landen die de rechtsstatelijke beginselen niet naleven. De EU-Rekenkamer benadrukt dat het voorstel om de begroting van de EU te beschermen tegen fundamentele tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat een goede ontwikkeling is. De Commissie moet volgens de EU-Rekenkamer echter wel duidelijker aangeven door welke bronnen zij zich laat leiden. Daarnaast moeten de criteria, de procedure en de reikwijdte van de maatregelen preciezer zijn. Het kabinet heeft een reactie gegeven op het advies van de EU-Rekenkamer. Ook is er een advies van het Comite van de Regio's en een advies van het Europees Economisch en Sociaal Comite verschenen. Het Europees Parlement heeft op 4 april 2019 haar eerste lezing afgesloten. Het geamendeerde Commisie-voorstel vormt het huidige standpunt van het Europees Parlement. Voor de huidige stand van zaken over de verordening: zie de tijdlijn en de EU-documenten hierover.

Het voorstel voor een verordening maakt deel uit van de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (2021-2027). Het kabinet blijft zich inzetten om een sterke conditionaliteit inzake rechtsstatelijkheid te verbinden aan de EU-begroting. Het Meerjarig Financiaal Kader wordt vastgesteld op grond van artikel 322 EU-Werkingsverdrag. De gewone wetgevingsprocedure is van toepassing en de Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid.

Naar boven

'Peer review'-mechanisme

Op initiatief van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken wordt momenteel tussen de lidstaten een voorstel besproken om te komen tot een intergouvernementeel peerreviewmechanisme en marge van de Raad Algemene Zaken. Nederland is actief bij dit initiatief aangehaakt (kabinetsbrief van 12 maart 2019)

De review heeft tot doel een constructieve, gestructureerde en interactieve politieke discussie tussen alle lidstaten te bevorderen. Door deze discussie kan daadwerkelijke verbetering van de rechtsstaat worden bewerkstelligd. Het mechanisme moet daarbij gebaseerd zijn op de beginselen van objectiviteit, non-discriminatie, gelijke behandeling van deelnemende landen en moet plaatsvinden op basis van een evidence-based en onpartijdige behandeling. Het mechanisme dient eveneens complementair te zijn aan de activiteiten van andere EU-instellingen en overige internationale organisaties. Bij andere internationale organisaties kan worden gedacht aan de Raad van Europa en de Universal Periodic Review van de VN-Mensenrechtenraad. Ook heeft het mechanisme tot doel aanvullende bureaucratische werklast zoveel mogelijk te vermijden.

Bij de review dient gebruik te worden gemaakt van bestaande instrumenten en expertise. Er zal bekeken moeten worden hoe de effectiviteit en efficiëntie van het peerreviewmechanisme kan worden gewaarborgd. Het voorgestelde mechanisme is niet bedoeld als vervanging van de artikel 7-procedure of andere reeds bestaande mechanismen en instrumenten. Het mechanisme valt buiten de Europese verdragen en deelname is daarom op vrijwillige basis. Er is voorzien dat de review zal plaatsvinden in de marge van de Raad Algemene Zaken. De inzet van Nederland en gelijkgestemde landen is om zoveel mogelijk landen tot deelname over te halen. Alleen op die manier is het mogelijk om een zo inclusief en zinvol mogelijk mechanisme te creëren.

Naar boven

Jaarlijks toetsingsproces

De Commissie bracht in april 2019 een mededeling uit over de versterking van de rechtsstaat. In deze medeling deed zij een publieke oproep om hiervoor voorstellen in te dienen (zie BNC-fiche en ECER-bericht hierover). Op 17 juli 2019 bracht de Commissie opnieuw een mededeling uit waarin zij een jaarlijks toetsingsproces voor de rechtsstaat van alle lidstaten voorstelde ('Versterking van de rechtsstaat van de Unie, een blauwdruk voor actie' (COM (2019)343 final)). Ter ondersteuning van dit proces zal de Commissie een jaarlijks verslag over de rechtsstaat opstellen, het EU-scorebord voor justitie verder ontwikkelen en de dialoog met andere EU-instellingen, de lidstaten en belanghebbenden versterken. Daarnaast zal de Commissie een specifieke dialoog met alle lidstaten aangaan over onderwerpen die relevant zijn voor de rechtsstaat. Deze dialoog vindt plaats door middel van een netwerk van contactpersonen.

Naar boven

Rechtsstatelijkheidsdialoog

Een jaarlijkse rechtsstatelijkheidsdialoog in de Raad werd in december 2014 onder Italiaans voorzitterschap in het leven geroepen (conclusies van de Raad en de lidstaten, doc. 16862/14). Nederland had hier eveneens op aangedrongen. Bij de eerste evaluatie in 2016 werd afgesproken de dialoog in 2019 wederom te evalueren. In november 2019 bleek tijdens een vergadering van de Raad Algemene Zaken dat er geen consensus kon worden bereikt over de concept-raadconclusies (kamerstuk 21501-02, nr. 2092). Deze evaluatie gaat uit van een omvorming van de dialoog van de tot dan toe gebruikelijke thematische discussies naar een 'stock-taking'-exercitie op basis van de jaarlijks te verschijnen Commissierapporten. Deze rapporten worden opgesteld in het kader van het jaarlijkse toetsingsproces.

De Commissie benadrukte dat de conclusies van de Raad Algemene Zaken van november 2019 een evenwichtige en constructieve reactie vormen op de Commissie-mededeling inzake het jaarlijkse toetsingsproces. Zij gaf eveneens aan dat zij in de herfst van 2020 het eerste 'Rule of Law"-rapport wil uitbrengen. Twee lidstaten waren echter niet bereid om deze raadsconclusies te steunen. De conclusies werden door de overige 26 lidstaten ondersteund in de vorm van voorzitterschapsconclusies (doc. 14173/19)

Naar boven