Andere instrumenten

Andere instrumenten

De afgelopen jaren zijn diverse EU-initiatieven tot stand gekomen die bedreigingen van de rechtsstaat beogen te voorkomen en weg te nemen.

Op deze pagina:

Conditionaliteitsmechanisme: koppeling EU-financiering en rechtsstaat

De eerbiediging van de rechtsstaat vormt één van de waarden waarop de EU is gegrond (artikel 2 EU-Verdrag). De eerbiediging van de rechtsstaat vormt ook een essentiële voorwaarde voor de naleving door de lidstaten van het beginsel van goed financieel beheer van de EU-begroting (artikel 317 EU-Werkingsverdrag). Goed financieel beheer kan namelijk alleen door de lidstaten worden verzekerd indien de overheidsinstanties overeenkomstig het recht handelen, indien gevallen van fraude effectief door vervolgsinstanties kunnen worden vervolgd en indien willekeurige of onwettige beslissingen van overheidsinstanties onderworpen kunnen worden aan effectieve rechterlijke toetsing door onafhankelijke nationale gerechten en het EU-Hof. 

Op grond van verordening 2020/2092 moeten de lidstaten bij de uitvoering van de EU-begroting - met inbegrip van de financiële middelen die beschikbaar worden gesteld via het EU-herstelinstrument NextGeneration EU, leningen en andere door de EU-begroting gegarandeerde instrumenten - de rechtsstaat eerbiedigen. In de verordening zijn voorschriften opgenomen om maatregelen te nemen tegen lidstaten die vanwege schendingen van de rechtsstaat het goede financiële beheer of de financiële belangen van de EU dreigen te schaden (zie artikel 5 voor de maatregelen). Voorbeelden van maatregelen zijn onder meer het opschorten van betalingen aan de lidstaat uit de EU-begroting en het verbod om nieuwe juridische verbintenissen met de lidstaat aan te gaan. 

Voordat maatregelen kunnen worden opgelegd aan een lidstaat moet een procedure worden gevolgd. In de eerste plaats stuurt de Commissie de lidstaat een schriftelijke kennisgeving waarin zij de feitelijke elementen en specifieke redenen uiteenzet waarom er sprake is van een schending van de beginselen van de rechtsstaat. De desbetreffende lidstaat kan vervolgens informatie verstrekken, opmerkingen maken over de bevindingen van de Commissie en corrigerende maatregelen voorstellen. Indien de Commissie voornemens is om een voorstel te doen voor een Raadsbesluit inzake passende maatregelen tegen de lidstaat, stelt zij de lidstaat van tevoren in de gelegenheid om opmerkingen te maken over met name de evenredigheid van de maatregelen. De Raad stelt uiteindelijk op basis van het Commissievoorstel een uitvoeringsbesluit inzake passende maatregelen tegen de lidstaat vast (artikel 6).

Naar boven

'Peer review'-mechanisme

Op initiatief van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken wordt momenteel tussen de lidstaten een voorstel besproken om te komen tot een intergouvernementeel peerreviewmechanisme en marge van de Raad Algemene Zaken. Nederland is actief bij dit initiatief aangehaakt (kabinetsbrief van 12 maart 2019)

De review heeft tot doel een constructieve, gestructureerde en interactieve politieke discussie tussen alle lidstaten te bevorderen. Door deze discussie kan daadwerkelijke verbetering van de rechtsstaat worden bewerkstelligd. Het mechanisme moet daarbij gebaseerd zijn op de beginselen van objectiviteit, non-discriminatie, gelijke behandeling van deelnemende landen en moet plaatsvinden op basis van een evidence-based en onpartijdige behandeling. Het mechanisme dient eveneens complementair te zijn aan de activiteiten van andere EU-instellingen en overige internationale organisaties. Bij andere internationale organisaties kan worden gedacht aan de Raad van Europa en de Universal Periodic Review van de VN-Mensenrechtenraad. Ook heeft het mechanisme tot doel aanvullende bureaucratische werklast zoveel mogelijk te vermijden.

Bij de review dient gebruik te worden gemaakt van bestaande instrumenten en expertise. Er zal bekeken moeten worden hoe de effectiviteit en efficiëntie van het peerreviewmechanisme kan worden gewaarborgd. Het voorgestelde mechanisme is niet bedoeld als vervanging van de artikel 7-procedure of andere reeds bestaande mechanismen en instrumenten. Het mechanisme valt buiten de Europese verdragen en deelname is daarom op vrijwillige basis. Er is voorzien dat de review zal plaatsvinden in de marge van de Raad Algemene Zaken. De inzet van Nederland en gelijkgestemde landen is om zoveel mogelijk landen tot deelname over te halen. Alleen op die manier is het mogelijk om een zo inclusief en zinvol mogelijk mechanisme te creëren.

Naar boven

Jaarlijks toetsingsproces

De Commissie bracht in april 2019 een mededeling uit over de versterking van de rechtsstaat. In deze medeling deed zij een publieke oproep om hiervoor voorstellen in te dienen (zie BNC-fiche en ECER-bericht hierover). Op 17 juli 2019 bracht de Commissie opnieuw een mededeling uit waarin zij een jaarlijks toetsingsproces voor de rechtsstaat van alle lidstaten voorstelde ('Versterking van de rechtsstaat van de Unie, een blauwdruk voor actie' (COM (2019)343 final)). Ter ondersteuning van dit proces zal de Commissie een jaarlijks verslag over de rechtsstaat opstellen, het EU-scorebord voor justitie verder ontwikkelen en de dialoog met andere EU-instellingen, de lidstaten en belanghebbenden versterken. Daarnaast zal de Commissie een specifieke dialoog met alle lidstaten aangaan over onderwerpen die relevant zijn voor de rechtsstaat. Deze dialoog vindt plaats door middel van een netwerk van contactpersonen.

Naar boven

Rechtsstatelijkheidsdialoog

Een jaarlijkse rechtsstatelijkheidsdialoog in de Raad werd in december 2014 onder Italiaans voorzitterschap in het leven geroepen (conclusies van de Raad en de lidstaten, doc. 16862/14). Nederland had hier eveneens op aangedrongen. Bij de eerste evaluatie in 2016 werd afgesproken de dialoog in 2019 wederom te evalueren. In november 2019 bleek tijdens een vergadering van de Raad Algemene Zaken dat er geen consensus kon worden bereikt over de concept-raadconclusies (kamerstuk 21501-02, nr. 2092). Deze evaluatie gaat uit van een omvorming van de dialoog van de tot dan toe gebruikelijke thematische discussies naar een 'stock-taking'-exercitie op basis van de jaarlijks te verschijnen Commissierapporten. Deze rapporten worden opgesteld in het kader van het jaarlijkse toetsingsproces.

De Commissie benadrukte dat de conclusies van de Raad Algemene Zaken van november 2019 een evenwichtige en constructieve reactie vormen op de Commissie-mededeling inzake het jaarlijkse toetsingsproces. Zij gaf eveneens aan dat zij in de herfst van 2020 het eerste 'Rule of Law"-rapport wil uitbrengen. Twee lidstaten waren echter niet bereid om deze raadsconclusies te steunen. De conclusies werden door de overige 26 lidstaten ondersteund in de vorm van voorzitterschapsconclusies (doc. 14173/19)

Naar boven

Rechtsstatelijke ontwikkelingen tijdens de Covid-19-uitbraak

Tijdens de Covid-19-uitbraak namen de EU-lidstaten buitengewone maatregelen aan om het coronavirus te bestrijden. Deze buitengewone maatregelen waren geoorloofd en wenselijk vanuit het oogpunt van de bescherming van de volksgezondheid. Ten aanzien van een aantal EU-lidstaten bestond echter grote twijfel of deze maatregelen wel voldeden aan de vereisten van noodzakelijkheid, proportionaliteit en tijdelijkheid. Daarnaast waren bepaalde maatregelen mogelijk onverenigbaar met de rechtsstatelijke waarden van de EU.

De Europese Commissie besloot de maatregelen van de EU-lidstaten te gaan monitoren en te beoordelen op verenigbaarheid met de waarden van de EU. De zorgen van de Europese Commissie richtten zich voornamelijk op Polen en Hongarije. Met betrekking tot Polen bestempelde de Europese Commissie de voor begin mei 2020 geplande verkiezingen als zorgelijk. Ten aanzien van deze uitgestelde verkiezingen vroegen de Venetië Commissie en de OVSE zich af in hoeverre deze verkiezingen als vrij en eerlijk zouden kunnen worden aangemerkt.

De zorgen van de Europese Commissie jegens Hongarije richtten zich met name op de noodwetgeving die in maart 2020 door het Hongaarse parlement werd aangenomen. Deze noodwetgeving maakte het mogelijk dat de Hongaarse regering per decreet kon regeren. Op de noodwetgeving in Hongarije was geen parlementaire controle mogelijk en de toepassing van de noodwetgeving was niet aan enige termijn gebonden. Op 16 juni 2020 besloot het Hongaarse Parlement de noodwetgeving in te trekken.

  • ECER-bericht: Rechtsstatelijke ontwikkelingen in de EU tijdens de coronacrisis (18 juni 2020)
  • Kamerbrief rechtsstatelijke ontwikkelingen in EU-lidstaten tijdens coronacrisis
  • Afschrift Kabinetsreactie over de maatregelen voor insluiting van het Coronavirus in Hongarije
  • Beantwoording Kamervragen over videoconferentie Raad Algemene Zaken 26 mei 2020, punten 22-24 en 26-29

Naar boven