De rechtsstaat: beginselen en bedreiging

Het EU-Hof en het Europees Hof van de Rechten voor de Mens hebben beginselen vastgesteld die het begrip rechtsstaat vormgeven. Het EU-Hof heeft eveneens een rechtskader geschetst om te bepalen wanneer er sprake is van een bedreiging van de rechtsstaat.

Op deze pagina:

Beginselen van de rechtsstaat

Het begrip rechtsstaat wordt gedefinieerd op basis van de beginselen die zijn vastgesteld en uitgewerkt door het EU-Hof en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het gaat daarbij onder meer om de eerbiediging van:

  • Het wettigheidsbeginsel/legaliteitsbeginsel (zaak C-496/99, punt 63): dit beginsel houdt in dat er een transparant, controleerbaar, democratisch en pluralistisch proces bestaat voor het vaststellen van wetten.
  • Het rechtszekerheidsbeginsel (zaak C-212 tot 217/80, punt 10)
  • Het verbod van willekeur (zaak C-46/87 en 277/88, punt 19)
  • Het beginsel van de scheiding der machten (zaak C-477/16, punt 36; zaak C-452/16, punt 35; en zaak C-279/09, punt 58).
  • Het beginsel van doeltreffende rechterlijke bescherming door een onafhankelijk gerecht (zaak C-64/16, punten 31, 40-41)
  • De eerbiediging van de grondrechten
  • De gelijkheid voor de wet

Het EU-Hof en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hebben beidden geoordeeld dat deze beginselen niet zuiver formele en procedurele vereisten zijn. Deze beginselen zijn het instrument waarmee de inachtneming en eerbiediging van de democratie en mensenrechten wordt gewaarborgd. De rechtsstaat is derhalve een constitutioneel beginsel met zowel formele als materiële componenten (zaak C-50/00 P, Unión de Pequeños Agricultores, punten 38 en 39; zaken C-402 en 415/05 P, Kadi, punt 316; EHRM, app. 46295/99, Stafford/Verenigd Koninkrijk, punt 63)

De eerbiediging van de rechtsstaat is onlosmakelijk verbonden met de eerbiediging van de democratie en de grondrechten, zoals genoemd in artikel 2 EU-Verdrag. De waarden die in artikel 2 EU-Verdrag genoemd worden, zijn dan ook intrinsiek met elkaar verbonden en hebben ook een duidelijke overlap. Een bepaalde situatie in een lidstaat kan dus zowel een probleem voor de rechtsstaat zijn als een probleem met bijvoorbeeld de democratie of de grondrechten. Zonder eerbiediging van de rechtsstaat kan er dus geen sprake zijn van democratie en eerbiediging van de grondrechten.

De grondrechten zijn alleen effectief als ze in rechte inroepbaar zijn. De bescherming van de democratie komt tot uitdrukking in een rechterlijke macht, met inbegrip van gerechtelijke hoven, die erin slaagt de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging en de naleving van de regels die het politieke en electorale proces beheersen, te waarborgen. Lees meer over de rechtsstaat en deze beginselen in de mededeling van de Commissie inzake het EU-kader voor de versterking van de rechtsstaat.

Naast de handhaving van deze beginselen en waarden hebben de overheidsinstellingen van de lidstaten ook de plicht tot loyale samenwerking met de EU-instellingen.

Naar boven

Bedreiging van de rechtsstaat

Van bedreiging van de rechtsstaat is volgens de Europese Commissie sprake wanneer de autoriteiten van een lidstaat maatregelen treffen of situaties gedogen die een groot risico inhouden van een systematisch en nadelig effect op de integriteit, stabiliteit of de juiste werking van de instellingen en waarborgingsmechanismen die op nationaal niveau zijn vastgesteld om de rechtsstaat te beschermen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de overheid de mogelijkheid krijgt structureel ('systemisch') invloed uit te oefenen op rechters of de inhoud van vonnissen. Het gaat dus niet om individuele inbreuken op grondrechten of een rechterlijke dwaling.

Binnen de Europese Unie speelt de bedreiging van de rechtsstaat een belangrijke rol. Een bedreiging heeft namelijk effect op alle lidstaten en de EU in zijn geheel. Dit komt omdat een onafhankelijke rechtspraak, die in staat is de rechten van minderheden te beschermen, essentieel is voor de nationale en Europese democratie.

Een afbreuk van de rechtsstaat in een lidstaat heeft gevolgen voor het functioneren van de EU. De effectiviteit van de gemaakte afspraken op EU-niveau zijn immers afhankelijk van de eenvormige en daadwerkelijke toepassing en handhaving ervan door onafhankelijke rechters in de lidstaten. Ook is het wederzijdse vertrouwen tussen lidstaten en hun respectievelijke rechtsstelsels belangrijk, met name op het gebied van justitiële en politiële samenwerking.

Het EU-Hof heeft gewezen op het belang van onafhankelijke rechtspraak in de zaak C-64/16, Associação Sindical dos Juízes Portugueses. In dit arrest overwoog het EU-Hof onder meer dat het inherent aan het bestaan van een rechtsstaat is dat er effectieve rechterlijke toetsing bestaat om de naleving van de bepalingen van het Unierecht te kunnen verzekeren. Artikel 19 EU-Werkingsverdrag verplicht de lidstaten ertoe om te verzekeren dat al hun rechterlijke instanties, die uitspraak kunnen doen over de toepassing of de uitlegging van het Unierecht, moeten voldoen aan de vereisten van daadwerkelijke rechtsbescherming. Het gaat dan onder meer om rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid (punten 36-37). Dit arrest vormt voor de Europese Commissie de basis om lidstaten in een inbreukprocedure aan te spreken op het niet-naleven van het vereiste van de onafhankelijkheid van de rechter (als belangrijk onderdeel van de rechtsstaat).

In de zaak C-274/14, Banco Santander, heeft het EU-Hof de criteria op een rij gezet die in acht moeten worden genomen bij de beoordeling van de onafhankelijkheid van de rechter. Het gaat daarbij om externe (autonome taakuitoefening, onafzetbaarheid) en interne aspecten (onpartijdigheid), en de manier waarop dat wettelijk is geregeld (punten 57-63).

Naar boven