Solidariteitsfonds van de Europese Unie

Het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (SFEU) is opgericht om doeltreffend en effectief op natuurrampen te kunnen reageren en te laten zien dat Europa solidair is met de getroffen regio’s. Het Fonds is ontstaan als reactie op de ernstige overstromingen in de zomer van 2002 in Midden-Europa. Sindsdien is het al bij veel rampen ingezet, waaronder overstromingen, bosbranden, aardbevingen, stormen en droogtes. Tot nu toe hebben 24 Europese landen steun gekregen, voor een bedrag van meer dan 5 miljard euro. Sinds kort kan het Fonds ook ingezet worden om redenen die verband houden met de volksgezondheid.

Op deze pagina:

Wettelijk kader

Het Solidariteitsfonds van de Europese Unie is opgericht bij Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 . Niet alleen EU-lidstaten, maar ook landen die toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie voeren kunnen een verzoek tot steun indienen. Naar beide categorieën landen wordt gerefereerd met de term ‘subsidiabele staten’. Steun uit het Solidariteitsfonds kan worden verleend wanneer de levensomstandigheden, het natuurlijk milieu, of de economie van een of meer regio’s van die subsidiabele staat ernstig gevolgen ondervinden van een grote of regionale natuurramp, ofwel op het grondgebied van die staat, ofwel op het grondgebied van een aangrenzende staat.

In het kader van het Solidariteitsfonds wordt onder een ‘grote natuurramp’ verstaan een natuurramp die tot schade leidt, die geraamd wordt op meer dan 3 miljard euro in prijzen van 2011 of meer dan 0,6% van het brutonationaal inkomen van de getroffen staat. Een ‘regionale natuurramp’ is een ramp die in een regio leidt tot directe schade van meer dan 1,5 van het bruto binnenlands product van die regio.

De steun uit het Solidariteitsfonds geschiedt in de vorm van een financiële bijdrage en wordt per natuurramp slechts één enkele keer toegekend. Uiterlijk twaalf weken nadat de schade zich heeft voorgedaan, kunnen de verantwoordelijke nationale autoriteiten een verzoek tot een financiële bijdrage uit het Fonds indienen bij de Europese Commissie. Vervolgens moeten het Europees Parlement en de Raad het voorstel van de Commissie tot verlening van de steun goedkeuren. Daarna kan de financiële steun worden uitbetaald.

De steun heeft tot doel om een deel van de overheidsuitgaven te dekken om de volgende noodacties inzake eerste levensbehoeften en herstel te treffen:

  1. Herstel van de infrastructuurvoorzieningen op het gebied van energie, water, telecommunicatie, vervoer, gezondheidszorg en onderwijs;
  2. Uitvoering van voorlopige huisvestingsmaatregelen en inzet van hulpdiensten;
  3. Veiligstelling van de infrastructurele preventievoorzieningen en op bescherming van het culturele erfgoed gerichte maatregelen;
  4. Reiniging van de door een ramp getroffen gebieden, zoals herstel van een natuurgebied om bodemerosie te voorkomen.

Covid-19 uitbraak

In het kader van het Investeringsinitiatief coronavirusrespons heeft de Europese Commissie op 13 maart voorgesteld om het toepassingsgebied van het Solidariteitsfonds van de EU uit te breiden, zodat uit het Fonds niet alleen kan worden ingezet bij natuurrampen, maar ook in geval van ernstige noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid. Dit voorstel is met toepassing van de spoedprocedure in een recordtijd goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad ( EU-verordening 2020/461 ). Als gevolg kunnen EU-lidstaten sinds 1 april 2020 om reden in verband met de volksgezondheid steun aanvragen uit het Solidariteitsfonds van de EU.

Voor 2020 beschikt het Fonds over 800 miljoen euro om financiële steun te verlenen aan de EU-landen die het zwaarst zijn getroffen door de Covid-19 crisis. De financiële steun is bedoeld om de financiële lasten van de onmiddellijke responsmaatregelen te verlichten, zoals de verstrekking van medische bijstand en de aankoop van medische apparatuur, steun voor kwetsbare groepen, maatregelen om de verspreiding van de ziekte in de hand te houden, de verbetering van de paraatheid, enzovoort.

Zie ook