Terugvordering

5. Terugvordering

Onrechtmatige en onverenigbare steun moet door de lidstaat van de desbetreffende onderneming worden teruggevorderd, tenzij dit feitelijk onmogelijk is.

Dit criterium wordt zeer restrictief uitgelegd en slechts zeer zelden worden uitzonderingen geaccepteerd door het Europees Hof van Justitie. De volstrekte onmogelijkheid om terug te vorderen is volgens vaste rechtspraak het enige verweer dat een lidstaat hiertegen kan aanvoeren. Een voorbeeld hiervan kan zijn als vaststaat dat terugvordering gevolgen zou hebben voor de openbare orde waaraan de lidstaat met de hem ter beschikking staande middelen niet het hoofd kan bieden (arrest Commissie/Frankrijk, C-63/14).

Indien de Commissie besluit om de terugvordering van een bepaald bedrag te gelasten, dan zal zij de omvang van de genoten steun zo precies mogelijk moeten vaststellen als de omstandigheden van het geval toestaan. Als de beschikking van de Commissie geen bedragen en begunstigden noemt, heeft de nationale rechter de ruimte om een eigen berekening te maken, bepaalde het EU-Hof onlangs in het arrest Mediaset, C-69/13, zie ook ECER- nieuwsbericht). Doordat de Commissie de toestand moet herstellen in de staat zoals die was vóór de steunverlening, is zij gehouden om zich ervan te vergewissen dat enerzijds het werkelijke voordeel van de steun wordt weggenomen en anderzijds dat het gehele bedrag van de steun wordt teruggevorderd. Zij kan niet, uit clementie voor de begunstigde van de steun, de terugvordering van een lager bedrag dan de omvang van de genoten steun gelasten. Zij is ook niet gerechtigd om, teneinde haar afkeuring van de ernst van de inbreuk te tonen, de terugvordering van een hoger bedrag dan de omvang van de genoten steun te gelasten (arrest Ryanair Ltd, T‑500/12).

De ICER heeft een inventarisatie gemaakt van de rechtspraak van het EU-Hof inzake terugvordering van staatssteun. In de onderzochte procedures zijn uiteenlopende argumenten van lidstaten aan de orde gekomen die terugvordering zouden verhinderen. Deze argumenten zijn te verdelen in argumenten die voortvloeien uit juridische obstakels in het nationale recht en argumenten die zijn gebaseerd op feitelijke omstandigheden. Uit de beschikbare rechtspraak blijkt dat de aangevoerde argumenten tot nu toe slechts in een enkel geval tot succes hebben geleid, en wel door de gedragingen van de Commissie zelf. In het algemeen geldt dat een lidstaat dergelijke problemen op tijd aan de Commissie moet voorleggen, voorzien van mogelijke oplossingen. De welwillendheid waarmee de Commissie dergelijke voorstellen beoordeelt, hangt van het realiteitsgehalte van de voorstellen af en de inspanningen die de lidstaat ten toon spreidt. Lees hier het ICER-rapport.

Wet terugvordering staatssteun

Op 1 juli 2018 is de Wet terugvordering staatssteun in werking getreden. Het doel van deze wet is om de de bovengenoemde juridische obstakels in het nationale recht, door middel van een sluitende set nationaalrechtelijke grondslagen, te dichten en te verzekeren dat staatssteun daadwerkelijk wordt teruggevorderd. Het gaat in de wet enkel om gevallen waarin de Commissie een besluit heeft genomen over ongeoorloofde of onrechtmatige staatssteun en de noodzaak van terugvordering vaststaat.

De wet creëert geen nieuwe situaties waarin moet worden teruggevorderd, maar biedt uitsluitend een regeling ter uitvoering van de verplichting tot terugvordering in situaties waarin al teruggevorderd moet worden. Daarvoor voorziet de wet in de grondslag voor het bestuursorgaan om bij ‘beschikking tot betaling’ terug te vorderen. Voor de regels die voor de invordering gelden verwijst de wet naar de betreffende bepalingen van hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht en voorziet in een regeling van rechtsbescherming door bezwaar en beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in eerste en enige aanleg.

In tegenstelling tot de huidige situatie met een veelheid aan meer of minder toereikende nationaalrechtelijke grondslagen, regelingen en rechtsgangen wordt daarmee een eenduidige grondslag en regeling voor terugvordering voorgeschreven. Alleen voor fiscale steun geldt een afwijkend regime, waarbij de navordering en naheffing voor zover mogelijk plaats zal vinden overeenkomstig de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990.