Uitzonderingen op het verbod op staatssteun

2. Uitzonderingen op het verbod op staatssteun

Omdat overheidssteun soms noodzakelijk is, wijst het EU-Werkingsverdrag een aantal steunmaatregelen aan die van rechtswege verenigbaar zijn (artikel 107, lid 2, EU-Werkingsverdrag) of die verenigbaar kunnen worden beschouwd met de interne markt (artikel 107, lid 3, EU-Werkingsverdrag). In beide gevallen moet de steun bij de Europese Commissie worden aangemeld.

Artikel 107, lid 2, EU-Werkingsverdrag noemt drie gevallen waarin staatssteun verenigbaar is met de interne markt:
Sub a: Steunmaatregelen van sociale aard aan individuele gebruikers, op voorwaarde dat deze toegepast worden zonder onderscheid naar de oorsprong van de producten.
Sub b: Steunmaatregelen tot herstel van de schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen (dit dient restrictief te worden uitgelegd).
Sub c.: Steunmaatregelen aan de economie van bepaalde streken van de Bondsrepubliek Duitsland.
 

Artikel 107, lid 3, EU-Werkingsverdrag noemt vervolgens een aantal gevallen van staatssteun die verenigbaar kunnen worden beschouwd met de interne markt:

Sub a: Steunmaatregelen ter bevordering van de economische ontwikkeling van streken waar de levensstandaard abnormaal laag is, of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst. Als maatstaf voor de levensstandaard is niet de nationale, maar de Europese situatie van belang. De Commissie heeft met betrekking tot deze vorm van steun richtsnoeren gepubliceerd. De nieuwste versie geldt sinds 1 juli 2014 (tot 2020).  (Commissie Richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen).

Sub b: Steunmaatregelen om de verwezenlijking van een belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang te bevorderen of een ernstige verstoring van de economie binnen een lidstaat op te heffen. Bij een 'project van gemeenschappelijk Europees belang' kan worden gedacht aan de ontwikkeling van een uniforme standaard voor HDTV en milieubescherming (arrest Glaverbel, C-62 en 72/87). Bij een ernstige verstoring van de economie wordt enkel gedoeld op situaties waarbij de nationale economie van een lidstaat in haar geheel is verstoord (arrest Freistaat Sachsen, T-132 en 143/96). De Commissie verduidelijkt de toepassing van deze bepaling in een aparte mededeling.
Sinds het uitbreken van de financiële crisis in het najaar van 2008 heeft de Europese Commissie een aantal mededelingen gepubliceerd waarin nadere aanwijzingen worden gegeven met betrekking tot de criteria voor de verenigbaarheid van overheidssteun aan financiële instellingen met de voorwaarden van artikel 107, lid 3, onder b), EU-Werkingsverdrag:
- de mededeling betreffende de toepassing van de staatssteunregels op maatregelen in het kader van de huidige wereldwijde financiële crisis genomen met betrekking tot financiële instellingen (Commissie bankenmededeling);
- de mededeling betreffende de herkapitalisatie van financiële instellingen in de huidige financiële crisis: beperking van steun tot het noodzakelijke minimum en bescherming tegen buitensporige mededingingverstoringen (Commissie herkapitalisatiemededeling);
- de mededeling betreffende de behandeling van aan een bijzondere waardevermindering onderhevige activa in de communautaire banksector (Commissie mededeling besmette activa);
- en de mededeling betreffende het herstel van de levensvatbaarheid en de beoordeling van de herstructureringsmaatregelen in de financiële sector in de huidige crisis met inachtneming van de staatssteunregels (Commissie herstructureringsmededeling).

Sub c: Steunmaatregelen om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken, mits de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad. Bij deze bepaling geldt wel de nationale situatie als maatstaf. Dit betekent niet dat deze regel onvoorwaardelijk kan worden toegepast. Er moet goed worden gekeken naar de invloed van de steun op het handelsverkeer en de eventuele negatieve invloeden op communautair niveau (arrest BFM en EFIM, T-126 en 127/96).
Voor een geslaagd beroep op deze bepaling, moet volgens de Commissie en het Hof zijn voldaan aan een aantal extra vereisten. Ten eerste moet de steun direct zijn gerelateerd aan een startinvestering, het creëren van banen, of de reorganisatie van een onderneming (arrest Spanje/Commissie, C-42/93). Bovendien moet de steun niet alleen de ontwikkeling van een bepaalde onderneming stimuleren, maar de ontwikkeling van een hele regio of een specifieke sector (arrest Duitsland/Commissie, C-248/84).

Sub d: Steunmaatregelen om de cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed te bevorderen, wanneer door deze maatregelen de voorwaarden inzake het handelsverkeer en de mededingingsvoorwaarden in de Unie niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad. Overigens valt sport-gerelateerde steun niet onder deze bepaling.

Sub e: Andere soorten van steunmaatregelen die op voorstel van de Commissie door de Raad van Ministers met een gekwalificeerde meerderheid worden aangemerkt als verenigbaar. De Raad heeft hiervan tot nu toe alleen gebruik gemaakt op het gebied van steunverlening aan scheepsbouw (ri. 90/684/EEG, gewijzigd bij ri. 94/73/EG) en aan de steenkoolindustrie.