Afwijking schriftelijke procedure

Afwijking toepassing schriftelijke procedure

Tijdens de COVID-19 crisis in het voorjaar van 2020 heeft de Raad maatregelen genomen om de continuïteit van zijn werkzaamheden te waarborgen. Overeenstemming is bereikt over een tijdelijke afwijking van zijn reglement van orde om het nemen van besluiten via de schriftelijke procedure te vergemakkelijken.

Door deze afwijking kunnen de EU-ambassadeurs besluiten gebruik te maken van de schriftelijke procedure overeenkomstig de stemregel die van toepassing is op de aanneming van het besluit zelf. Dit betekent dat de bestaande eis van eenparigheid van stemmen voor alle besluiten om gebruik te maken van de schriftelijke procedure niet langer van toepassing is.

Het besluit geldt voor een maand en kan worden verlengd indien de huidige uitzonderlijke omstandigheden dit rechtvaardigen.

Achtergrond

De besluiten van de Raad kunnen worden aangenomen tijdens formele Raadszittingen of, indien nodig, via een schriftelijke procedure. Door de uitzonderlijke omstandigheden als gevolg van de COVID-19-pandemie hebben veel ministers zich niet kunnen verplaatsen om de Raadszittingen bij te wonen. Dit maakt het op zijn beurt moeilijk om het vereiste quorum te bereiken en dus om formele Raadszittingen te houden. Het besluit van vandaag vergemakkelijkt het gebruik van de schriftelijke procedure en draagt daardoor bij tot de continuïteit van de werkzaamheden van de Raad.

Het voorzitterschap van de Raad zal informele videoconferenties van ministers blijven organiseren wanneer dit nuttig wordt geacht voor de voortzetting van de kernactiviteiten. Deze videoconferenties zijn nuttig gebleken om de coördinatie van de lidstaten naar aanleiding van de COVID-19-pandemie te vergemakkelijken, en bieden ook de gelegenheid tot debatten op politiek niveau voordat de besluiten formeel worden aangenomen.

Vervolg

De maatregelen met betrekking tot de tijdelijke afwijking van het Reglement van orde van de Raad zijn inmiddels twee keer verlengd. De eerste verlenging liep tot 23 mei 2020 (Besluit (EU) 2020/556), gevolgd door een tweede verlenging tot 10 juli 2020 (Besluit (EU) 2020/702).

Meer informatie: