C-212/13 –Reyneš

Prejudiciële Hofzaak
 

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Jusittie

Termijnen: Motivering departement:   17 juni 2013
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   3 juli 2013
Schriftelijke opmerkingen:                   3 augustus 2013
Trefwoorden: bescherming persoonsgegevens

Onderwerp: Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (Pb L 281 van 23.11.1995, blz. 31)

Verzoeker laat een beveiligingsfirma een camerasysteem monteren op de woning die in eigendom is van zijn echtgenote nadat diverse malen onbekenden (die nooit zijn opgespoord) het huis hadden aangevallen en beschadigd. De woning wordt alleen door verzoeker en zijn gezin gebruikt. De opnamen zijn alleen beschikbaar op een harde schijf die continue overschreven wordt (doorlopende lus) en de beelden zijn niet direkt op beeldscherm te bekijken. Alleen verzoeker heeft toegang tot het systeem.
In een oktobernacht wordt opnieuw een aanval uitgevoerd met een katapult. Twee verdachten worden door de camerabeelden geïdentificeerd. Eén van de verdachten brengt de vraag op of verzoeker toestemming heeft om een camerasysteem in werking te hebben, en stelt inbreuk op de TSJ ‘wet inzake bescherming persoonsgegevens’.
De TSJaut beschikken in augustus 2008 dat verzoeker inbreuk heeft gemaakt op genoemde wet, met name omdat de camerabeelden een deel van de openbare weg beslaan. Personen die zich in de openbare ruimte begeven is geen toestemming gevraagd voor de opnamen en zij zijn ook niet op de hoogte dat er opnames gemaakt worden. Verzoeker krijgt een geldboete opgelegd.
Zijn bezwaar wordt afgewezen waarna verzoeker in beroep gaat dat ook wordt afgewezen. In hoger beroep overweegt het Hof dat de opname niet enkel was bedoeld voor persoonlijk gebruik door verzoeker, maar tevens was bedoeld om aan de politie te worden overhandigd en vervolgens in strafprocedures te worden gebruikt.
Verzoeker gaat in cassatie en hekelt met name de inconsistente toepassing en uitlegging van het in de wet opgenomen begrip “het verwerken van persoonsgegevens voor eigen gebruik”.

Omdat een exacte juridische definitie van het begrip “met suitsluitend persoonlijke of huishoudelijke doeleinden” in het EU-recht ontbreekt stelt de verwijzende TSJ rechter het HvJEU daarom de volgende vraag:
“Kan de werking van een camerasysteem dat is gemonteerd op een gezinswoning, met als doel de bescherming van eigendom, gezondheid en leven van de eigenaars van het huis, worden aangemerkt als het verwerken van persoonsgegevens „die door een natuurlijk persoon in activiteiten met uitsluitend persoonlijke of huishoudelijke doeleinden wordt verricht” in de zin van artikel 3, lid 2, van richtlijn 95/46/EG (Pb L 281 van 23.11.1995, blz. 31), ofschoon dit systeem ook een openbare ruimte in beeld brengt?”

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-101/01 Lindqvist; C-73/07 Satamedia
Specifiek beleidsterrein: BZK
Mede VenJ

Gerelateerde documenten