C-225/13 Ville d'Ottignies-Louvain-la-Neuve ea

Hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossiers van het Hof van Jusittie

Termijnen: Motivering departement:   20 juni 2013
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   6 juli 2013
Schriftelijke opmerkingen:                   6 augustus 2013
Trefwoorden: milieu; afvalstoffen
Onderwerp:
- Richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen;
- Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 27 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen;
- Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s

De gemeente Ottignies-Louvain-la-Neuve heeft tezamen met drie burgers een verzoekschrift tot nietigverklaring ingediend van een regeling waarin de N.V. Page vergunning krijgt voor verhoogde afvalverwerkingscapaciteit, afgegeven door de gemeente Mont-Saint-Guibert. Verzoekers menen dat het BEL decreet waarop de toestemming berust in strijd is met richtlijnen 75/442 en 2001/42. Zij vinden dat er met name veel te weinig aandacht is voor afvalbeheersplanning en met name het ontbreken van een geografische kaart waarop de inplantingsplaatsen zichtbaar worden. Zij menen dat het resultaat van de anticipatie van de WaalAut op de inwerkingtreding van een richtlijnvoorstel voor een minimale milieubeoordelingsprocedure is dat haar regelgeving niet voldoet aan de eisen van RL 2001/42/EG op het punt van milieu-effectbeoordeling.

De verwijzende BEL rechter (RvS) vraagt zich (ook) af of het BEL decreet voldoet aan de vereisten van de door RL 2001/42 voorgestelde eisen, en stelt drie vragen aan het HvJEU:
„1) Moet artikel 7 van richtlijn 75/442/EEG betreffende afvalstoffen zo worden uitgelegd dat dit toelaat dat een wettelijke bepaling die – in afwijking van de regel dat geen enkel centrum voor technische ingraving mag worden toegelaten buiten de locaties voorzien in het afvalbeheersplan – bepaalt dat vóór de inwerkingtreding van dit afvalbeheersplan goedgekeurde centra voor technische ingraving na deze inwerkingtreding nieuwe machtigingen kunnen verkrijgen voor de percelen die vóór de inwerkingtreding van het afvalbeheersplan werden goedgekeurd, als afvalbeheersplan wordt gekwalificeerd?
2) Moet artikel 2, sub a, van richtlijn 2001/42/EG betreffende de beoordeling van de gevolgen voor milieu van bepaalde plannen en programma’s zo worden uitgelegd dat een wettelijke bepaling die – in afwijking van de regel dat geen enkel centrum voor technische ingraving mag worden toegelaten buiten de plaatsen voorzien in het afvalbeheersplan – bepaalt dat vóór de inwerkingtreding van dit afvalbeheersplan goedgekeurde centra voor technische ingraving na deze inwerkingtreding nieuwe machtigingen kunnen verkrijgen voor de percelen die vóór de inwerkingtreding van het afvalbeheersplan werden goedgekeurd, valt onder het begrip plan en programma?
3) Indien de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord, voldoet artikel 70, tweede alinea, van het decreet van 27 juni 1996 betreffende afvalstoffen, gewijzigd bij het decreet van 16 oktober 2003, aan de voorwaarden van de effectbeoordeling zoals voorgeschreven door richtlijn 2001/42/EG?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-53/02 en C-217/02 Tillieut ea
Specifiek beleidsterrein: IeM

Gerelateerde documenten