C-226/13, C-245/13 en C-247/13 Fahnenbrock ea

Gevoegde prejudiciële Hofzaken

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik op C-226/13 , C-245/13 en C-247/13 voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   24 juni 2013
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   10 juli 2013
Schriftelijke opmerkingen:                   10 augustus 2013
Trefwoorden: EEX

Onderwerp: Verordening (EG) nr. 1393/2007 van de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken

De drie verzoekers van deze gevoegde zaken hebben obligaties gekocht van de Griekse staat. In 2012 krijgen zij per brief een omwisselingsaanbod waardoor zo melden verzoekers slechts hooguit 46,5% van de nominale waarde overblijft. De brief bevat verder de passage dat er niets zou gebeuren indien verzoekers niet zouden reageren. Verzoekers hebben niet gereageerd op het aanbod maar toch zijn de obligaties ingenomen en 24 verschillende andere ingeboekt die in meer dan één opzicht nadeliger zijn dan de door henzelf aangekochte obligaties. Verzoekers menen dat zij, nadat verweerder niet op hun eis tot terugdraaien is ingegaan, op grond van het DUI BW recht hebben op schadevergoeding ter hoogte van de gedaalde tegenwaarde (in DUI BW is de plaats van de schade daar waar de schade intreedt).

Aangezien de Federale Dienst voor Justitie twijfelt of het beroep kan worden gekwalificeerd als een burgerlijke zaak wil zij dat daar eerst uitspraak over wordt gedaan alvorens de zaak voort te zetten. Het ‘Landgericht’ besluit de volgende vraag aan het HvJEU voor te leggen. Deze luidt in alle drie zaken eender met uitzondering van de genoemde bankier in zaak C-247/13.

Zaak C-226/13
„Moet artikel 1 van verordening (EG) nr. 1393/2007 van de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, aldus worden uitgelegd dat een beroep dat een verwerver van obligaties – die door verweerster waren uitgegeven en die werden bewaard op de effectenrekening van verzoeker bij S Broker AG & Co. KG – die het door verweerster eind februari 2012 voorgelegde aanbod tot omwisseling van die obligaties niet heeft aanvaard, heeft ingesteld ter verkrijging van schadevergoeding ter hoogte van het verschil in waarde als gevolg van de op maart 2012 desalniettemin uitgevoerde en voor hem economisch nadelige omwisseling van zijn obligaties, dient te worden aangemerkt als een ‘burgerlijke of handelszaak’ in de zin van de verordening?”

Zaak C-245/13:
Verzoekers Holger Priestoph en zijn twee kinderen Matteo Antonio en Pia Antonia; bankier is hier ook S Broker AG

Zaak C-247/13:
Verzoeker Rudolf Reznicek, bank Gries und Heissel Bankiers AG

Specifiek beleidsterrein:
VenJ

Gerelateerde documenten