C-258/13 Sociedade Agrícola e Imobiliária da Quinta de S Paio

Prejudiciële Hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   28 juni 2013
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   14 juli 2013
Schriftelijke opmerkingen:                   14 augustus 2013
Trefwoorden: rechtsbescherming; handvest grondrechten

Onderwerp: Handvest grondrechten artikel 47 (toegang tot de rechter)

Verzoekster komt op tegen een negatief besluit op haar aanvraag bij het POR Instituut voor sociale verzekeringen (verweerder) om toekenning van gratis rechtsbijstand. De afwijzing is gebaseerd op POR regelgeving (wet nr 34/2004) dat een rechtspersoon met winstoogmerk niet voor dergelijke bijstand in aanmerking komt. Verzoekster stelt dat dit in strijd is met artikel 47 Handvest grondrechten.
In dezelfde wet nr 34/2004 is opgenomen dat rechtspersonen met winstoogmerk en eenmansbedrijven met beperkte aansprakelijkheid de kosten van gerechtelijke procedures niet hoeven te betalen wanneer zij insolvent zijn of in staat van sanering verkeren. Maar verzoekster heeft bij haar verzoek om bijstand niets toegelicht over haar economische en financiële situatie, of boekhoudgegevens overgelegd.

De verwijzende POR rechter constateert dat onderhavige zaak geen ‘acte clair’ is omdat er twijfel bestaat over de juiste interpretatie van artikel 47 Handvest. Aangezien er nog geen vaste rechtspraak over die bepaling is (het arrest in de enige andere zaak die hij over dit onderwerp aantreft C-279/09 DEB kan zijn twijfel niet wegnemen) ziet hij zich genoodzaakt onderstaande twee vragen aan het HvJEU voor te leggen:
– Verzet artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, waarin het recht op een doeltreffende voorziening in rechte is verankerd, zich tegen een nationale regeling waarbij rechtspersonen met winstoogmerk geen toegang hebben tot gratis rechtsbijstand?
– Moet artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie aldus worden uitgelegd dat het recht op een doeltreffende voorziening in rechte wordt gewaarborgd wanneer rechtspersonen met winstoogmerk volgens het nationale recht van de lidstaat weliswaar niet in aanmerking komen voor gratis rechtsbijstand, maar zij de kosten van gerechtelijke procedures automatisch niet hoeven te betalen in geval van insolventie of sanering van ondernemingen?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-279/09 DEB
Specifiek beleidsterrein: VenJ

Gerelateerde documenten