C-268/13 Petru

Prejudiciële Hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   2 juli 2013
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   18 juli 2013
Schriftelijke opmerkingen:                   18 augustus 2013
Trefwoorden: ziektekosten (vergoeding kosten behandeling in het buitenland)

Onderwerp:
Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen

Verzoekster Elena Petru stelt een vordering in tegen de regionale en de nationale ziekteverzekeraar voor vergoeding van door haar gemaakte ziektekosten van € 17.714.70 voor een chirurgische ingreep die zij in DUI heeft ondergaan, en het ziekenhuisverblijf. Zij kreeg in 2007 een hartinfarct waarna zij volgens de artsen een patiënte met een verhoogd cardiovasculair risico was. In 2009 verslechtert haar situatie en wendt zij zich voor onderzoek tot een ziekenhuis in Timisoara waar naar haar verklaring de werkomstandigheden voor de medische staf ver beneden peil zijn. Ook ontbreken de meest fundamentele medische hulpmiddelen als ontsmettingsmiddelen, steriel verband e.d. Voor de open hartoperatie die zij diende te ondergaan is zij dan ook uitgeweken naar DUI. Zij vraagt de verzekeraar om de kosten te vergoeden (via het formulier E 112) maar dat wordt geweigerd omdat niet kan worden vastgesteld dat de betreffende behandeling niet binnen redelijke termijn in ROE kan plaatsvinden.
Verzoekster start een procedure met verwijzing naar zowel het EU-recht (Vo. 1408/71) als de ROE regeling. Maar verweerders stellen dat verzoekster niet de medische noodzaak heeft aangetoond voor behandeling in het buitenland en dat in de ROE wet is vastgelegd dat eenieder die bij het stelsel van de ziekteverzekering is aangesloten en zich zonder de voorafgaande instemming van het ziektekostenverzekeringsorgaan naar een andere lidstaat van de EU begeeft met het oog op medische behandeling, de kosten van de genoten medische diensten zelf moet dragen.

Aangezien beide partijen zich op dezelfde regelingen beroepen maar die verschillend interpreteren ziet de verwijzende ROE rechter zich genoodzaakt een vraag aan het HvJEU voor te leggen:
„Dient de in artikel 22, lid 2, tweede alinea, van verordening (EEG) nr. 1408/71 bedoelde omstandigheid dat de behandeling niet in de woonstaat van de patiënt kan worden gegeven, absoluut of redelijk te worden uitgelegd, met andere woorden, kan de situatie waarin een chirurgische ingreep tijdig en, technisch gesproken, deskundig kan worden verricht in de woonstaat, aangezien deze beschikt over de vereiste specialisten met een vakkennis op hetzelfde niveau als dat van buitenlandse specialisten, niettemin worden gelijkgesteld met de situatie waarin de noodzakelijke medische behandeling niet kan worden gegeven in de zin van die bepaling, omdat de nodige geneesmiddelen en de meest fundamentele medische benodigdheden ontbreken?”

Specifiek beleidsterrein: VWS
Mede SZW

Gerelateerde documenten