C-275/13 Elcogás

Prejudiciële Hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   5 juli 2013
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   21 juli 2013
Schriftelijke opmerkingen:                   21 augustus 2013
Trefwoorden: staatssteun; energie/ mededinging

Onderwerp: VWEU artikel 107 (staatssteun)

Verzoekster heeft een thermische electriciteitscentrale. Tot 2011 komt zij in aanmerking voor een bijzondere financieringsregeling op grond van de milieu- en technologische kwaliteit van de centrale waarvoor Elcogas echter niet alleen de kosten kon dragen. Met name bedrijven die in de financiële problemen dreigden te komen konden op een regeling een beroep doen. In 2007 wordt het door verzoekster ingediende saneringsplan goedgekeurd (om schone energie te kunnen blijven produceren). Gedurende 10 jaar zou verzoekster volgens een bepaalde wiskundige formule jaarlijks een bijdrage ontvangen. Als voorwaarde wordt in het besluit gesteld dat aanmelding bij de EURCIE zou plaatsvinden (op grond artikel 88.3 EG). Hierbij werd echter medegedeeld dat het niet om staatssteun in de zin van artikel 87.1 EG ging omdat er geen ‘staatsmiddelen’ ter beschikking gesteld werden. Die aanmelding is begin 2008 ingetrokken. Dit omdat de CIE zich tegen de sanering van Elcogas had uitgesproken. In 2009 wordt het saneringsplan opnieuw aan de CIE voorgelegd, benadrukkend dat van overdracht van staatsmiddelen geen sprake is. De CIE blijft echter bij haar standpunt. Omdat de MR wel zijn goedkeuring had gegeven ontvangt verzoekster tot 2011 de steun. Maar in 2011 wordt dit bij besluit uitgesloten. Verzoekster wendt zich dan tot de rechter en vraagt vernietiging van dit “besluit tot vaststelling van toegangsheffingen met ingang van 1 januari 2011 en tarieven en premies voor de installaties die onder de bijzondere regeling vallen” en herstel van haar ‘bijzondere rechtspositie’.

De verwijzende SPA rechter wil alvorens de zaak te beslissen de vraag aan het HvJEU voorleggen of hier sprake is van een “steunmaatregel van een staat of met staatsmiddelen bekostigd”. Zijn vraag luidt:
“Kunnen artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie inzake dat artikel (in het bijzonder de arresten in de zaken C-379/98 en C-206/06) aldus worden uitgelegd dat de jaarlijkse bedragen die aan de vennootschap Elcogás, als eigenaar van een bijzondere installatie voor het opwekken van elektriciteit overeenkomstig de door de ministerraad voor die vennootschap goedgekeurde bijzondere saneringsplannen zijn toegekend, als „steunmaatregel van een staat of met staatsmiddelen bekostigd” worden aangemerkt wanneer de inning van die bedragen onder de algemene post „permanente kosten van het elektriciteitsnet” valt, die door alle gebruikers worden betaald en door opeenvolgende betalingen door de Comisión Nacional de Energía zonder beoordelingsmarge overeenkomstig vooraf vastgestelde wettelijke criteria aan de ondernemingen uit de elektriciteitssector worden overgemaakt?"

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-206/06 Essent
Specifiek beleidsterrein: EZ

Gerelateerde documenten