C-338/13 Noorzia

Prejudiciële Hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   6 augustus 2013
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   23 augustus 2013
Schriftelijke opmerkingen:                   23 september 2013
Trefwoorden: gezinshereniging

Onderwerp: 
- Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PB L 251, blz. 12)

Verzoekster Marjan Noorzia is Afghaans staatsburger. Zij dient een aanvraag in bij de OOSaut voor gezinshereniging met haar in OOS wonende echtgenoot. Op het tijdstip van indiening van het verzoek is de echtgenoot nog geen 21 jaar, een voorwaarde voor een geldige aanvraag, die dan ook wordt afgewezen, al voldoet de echtgenoot op het moment van het afwijzingsbesluit (9 maart 2011) wel aan het leeftijdsvereiste.

De verwijzende OOS rechter vraagt zich af of artikel 4 lid 5 van de gezinsherenigingsRL zich verzet tegen een nationale regeling die voor de vereiste leeftijd het tijdstip van indiening van het verzoek beslissend verklaart, temeer daar er geen enkele uitzondering mogelijk is. Hij is van oordeel dat het voor de hand ligt om de bewoordingen van artikel 4, lid 5 zo te begrijpen dat met het tijdstip van het ‘zich voegen’ bij de partner wordt bedoeld het tijdstip van verlening van toestemming door de overheidsinstantie. Hij legt het HvJEU de volgende vraag voor:
„Moet artikel 4, lid 5  , van richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PB L 251, blz. 12), aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een regeling krachtens welke echtgenoten en geregistreerde partners het eenentwintigste levensjaar reeds op het tijdstip van indiening van het verzoek moeten hebben vervuld om te kunnen worden aangemerkt als gezinsleden die uit hoofde van gezinshereniging kunnen worden toegelaten?”

Specifiek beleidsterrein: VenJ (DVB)

Gerelateerde documenten