C-543/12 Zeman

C-543/12 Zeman

Prejudiciële Hofzaak C-543/12 Zeman

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:  24 januari 2013
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:  10 februari 2013
Schriftelijke opmerkingen:                  10 maart 2013
Trefwoorden: vrij goederenverkeer; handvest grondrechten

Onderwerp: Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens, zoals gewijzigd door richtlijn 2008/51/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008

Zeman is houder van een vergunning voor het dragen van wapens ‘categorie A’. Hij vraagt in november 2010 een vuurwapenpas aan bij het Regionaal bestuur van politie te Zilina/SLW, verweerder in de procedure. Dit verzoek wordt afgewezen, en in hoger beroep wordt de beslissing bevestigd. Verzoeker zou niet voldoen aan de voorwaarde van de SLW vuurwapenwet.
Verzoeker maakt bezwaar tegen het feit dat de aanvraag voor een vuurwapenpas alleen is weggelegd voor houders van een vergunning D of E (sport- of jachtdoeleinden) hetgeen in strijd zou zijn met RL 91/477/EEG. In deze richtlijn wordt onder meer gestreefd naar afschaffing van controles en formaliteiten aan de binnengrenzen van de EU. Daarnaast is in de SLW vuurwapenwet geregeld dat het is toegestaan een vuurwapen te gebruiken voor de verdediging van lijf en goed ‘waar dan ook’. Hij ervaart de geldende SLW-regeling als een belemmering en beroept zich ook op de vrij verkeer artikelen in het Handvest.
Verweerder is van mening dat de richtlijn correct is omgezet en dat deze bovendien in deze zaak geen rechtstreekse werking heeft.

De verwijzende SLW rechter ziet teveel licht tussen de standpunten van partijen en stelt de volgende vragen aan het HvJEU:
1. Moet artikel 1, lid 4 [van richtlijn 91/477/EEG, hierna: „richtlijn”], junctis artikel 3 van de richtlijn en de artikelen 45, lid 1, en 52, lid 1, van het Handvest [van de grondrechten van de Europese Unie] aldus worden uitgelegd dat:
a. het zich verzet tegen een wettelijke bepaling van een lidstaat die niet toestaat dat een Europese vuurwapenpas wordt afgegeven in de zin van artikel 1, lid 4, van de richtlijn, aan de houder van een vergunning voor wapendracht (van een overeenkomstige vergunning voor het voorhanden hebben van wapens), die is afgegeven voor andere doeleinden dan jacht of sport en die hem wel het voorhanden hebben (alsook het dragen) toestaat van een vuurwapen waarvoor hij om de afgifte van die Europese vuurwapenpas verzoekt, en dit niettegenstaande het feit dat:
b. de wettelijke bepaling van die lidstaat (van herkomst) die houder toestaat, zelfs zonder Europese vuurwapenpas, dit vuurwapen buiten zijn grondgebied naar het grondgebied van een andere lidstaat mee te nemen mits hij zich houdt aan de meldingsplicht, en tezelfdertijd de situatie van die houder niet wijzigt ten aanzien van de lidstaat van herkomst, zelfs niet ingeval van afgifte van een Europese vuurwapenpas (dit wil zeggen dat die houder alleen diezelfde meldingsplicht moet naleven).
2. Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, heeft artikel 1, lid 4, van die richtlijn, wanneer een wettelijke bepaling van een lidstaat niet toestaat dat aan een dergelijke houder een Europese vuurwapenpas wordt afgegeven, dan rechtstreekse werking, zodat de lidstaat op grond van die bepaling verplicht is aan die houder een Europese vuurwapenpas af te geven?
3. Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord of indien de tweede vraag ontkennend wordt beantwoord, is de bevoegde instantie dan verplicht de wettelijke bepaling van de lidstaat, die:
a. een dergelijke houder niet uitdrukkelijk verbiedt een Europese vuurwapenpas te verkrijgen, maar
b. alleen voorziet in een procedure voor de afgifte van een Europese vuurwapenpas aan de houder van een vergunning voor wapendracht (of van een overeenkomstige vergunning voor het voorhanden hebben van wapens) die uitsluitend voor jacht- of sportdoeleinden is afgegeven, zo veel mogelijk aldus uit te leggen dat de bevoegde instantie verplicht is een Europese vuurwapenpas af te geven zelfs aan de houder van een vergunning voor wapendracht die niet is afgegeven voor sport- of jachtdoeleinden, voor zover dit mogelijk is op grond van de indirecte werking van de richtlijn?

Specifiek beleidsterrein: EZ
Mede DEF