C-117/17 Comune di Castelbellino

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie.

Termijnen: Motivering departement:   02 juni 2017
Schriftelijke opmerkingen:                   19 juli 2017

Trefwoorden: milieu; milieu-effectrapportage (MER)

Onderwerp: - Verordening (EU) nr. 45/2014 van de Raad van 20 januari 2014 tot wijziging van verordening (EU) nr. 204/2011 betreffende beperkende maatregelen in verband met de situatie in Libië;

- richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten;

De zaak betreft een verzoek om nietigverklaring van een decreet van 03-06-2015 van de Regio Marche als gevolg waarvan een vergunning afgegeven door de Regio Marche aan landbouwbedrijf 4C die deze in 2012 had aangevraagd voor uitbreiding van een centrale voor opwekking van elektriciteit uit biomassa is vernietigd wegens schending van RL 2011/92. Het ITA Grondwettelijk hof heeft in 2013 de bepalingen krachtens welke de betrokken centrale was vrijgesteld van de procedure om na te gaan of een MER vereist is, ongrondwettig verklaard, met name voor zover in die bepalingen niet werd geëist dat bij beoordeling of een toets of MER noodzakelijk voor elk afzonderlijk geval alle criteria in aanmerking genomen moeten worden die in bijlage III bij RL 2011/92  zijn opgenomen, zoals voorgeschreven bij artikel 4.3 van die RL. De betreffende centrale was vrijgesteld van een toets of MER gezien haar nominale vermogen van minder dan 1 MW.

Bij wijziging van de Milieuwet uit 2014 zijn de voorschriften krachtens welke de regio’s uiteenlopende vrijstellingsdrempels voor een MER konden vaststellen ingetrokken. Bij Ministeriële regeling zijn vervolgens eenvormige nationale parameters vastgesteld voor vrijstellingen van een MER. 4C vraagt op 16-04-2015 bij de Regio Marche om inleiding van een procedure voor toetsing van de vrijstelling MER (waarover thans nog niet is beslist).

Verzoekster (gemeente) is onderhavige procedure begonnen na vernietiging van de vergunning van 4C omdat de centrale volgens de bij de regeling van 30-03-2015 ingevoerde criteria zou zijn vrijgesteld van toetsing of MER. Zij stelt schending van het beginsel dat een MER niet in het kader van een herstelregeling achteraf kan worden verricht.

De verwijzende ITA rechter (Admin Rb Marche) wijst op de lopende prejudiciële verwijzingen in C-196/16 en C-197/16 Comune di Corridonia e.a. waarin het HvJEU nog geen arrest heeft gewezen, en op arrest in de zaak C-348/15 en daarin aangehaalde arresten. Ook in casu gaat het om toetsing van de noodzaak van een MER achteraf. Hij legt het HvJEU de volgende vragen voor:
- verzet het gemeenschapsrecht (en met name richtlijn 2011/92/EU, in de versie die van kracht was op de datum van vaststelling van de bestreden maatregelen) zich in beginsel tegen een nationale regeling of bestuurlijke praktijk op grond waarvan projecten voor installaties die al verwezenlijkt zijn op het moment van toetsing, aan een toetsing van de noodzaak van een MEB of aan een MEB kunnen worden onderworpen, of staat het gemeenschapsrecht daarentegen toe dat rekening wordt gehouden met buitengewone omstandigheden die rechtvaardigen dat wordt afgeweken van het algemene beginsel dat de MEB een preventieve beoordeling is?

- is een dergelijke afwijking inzonderheid gerechtvaardigd ingeval een bepaald project dat aan een toetsing had moeten worden onderworpen op grond van een beslissing van de nationale rechter die een eerder geldende vrijstellingsregeling ongrondwettig heeft verklaard en/of buiten toepassing heeft gesteld, door een later vastgestelde regeling van de MEB wordt vrijgesteld?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-348/15 Stadt Wiener Neustadt

Specifiek beleidsterrein: IenM
 

Gerelateerde documenten