C-192/17 COBRA

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie.

Termijnen: Motivering departement:   06 juni 2017
Schriftelijke opmerkingen:                   23 juli 2017

Trefwoorden: radioapparatuur en telecommunicatie- eindapparatuur; wederzijdse erkenning; CE-markering

Onderwerp: richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecommunicatie- eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit 2 en beschikking 3052/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1995 tot vaststelling van een procedure voor uitwisseling van informatie over nationale maatregelen waarbij wordt afgeweken van het beginsel van het vrije verkeer van goederen binnen de Gemeenschap.

Verzoekster is een onderneming die actief is in de sector van consumentenelektronica en onder de merknaam “Pascal” een zogenoemde “audio/videozender” in de handel brengt, te weten een repeater voor huishoudelijk gebruik die wordt bevestigd dichtbij een bron van audio- of videosignalen, bijvoorbeeld een satellietontvanger of een videorecorder, en die het signaal van die bron opvangt en het voor kijk- en luisterdoeleinden middels een radioverbinding oftewel een uitzending in radiofrequenties opnieuw uitzendt naar een televisietoestel dat zich tot op 100 meter afstand bevindt. Het toezicht op deze apparatuur valt in ITA onder een afdeling van verweerder (MinEZ) die geregeld inspecties verricht. Tijdens een inspectie op 18-05-2011 is in een winkel bij ter verkoop liggende exemplaren van de Pascalapparatuur een onregelmatigheid vastgesteld: noch op de apparatuur noch op de bijbehorende verpakking was een identificatienummer vermeld van een aangemelde instantie zoals vereist in de toen geldende RL 99/5/EG (in ITA omgezet in wetsbesluit 269 van 09-05-2001). Er is beslag gelegd op de goederen en een sanctie opgelegd. Daarnaast is bij besluit van 22-06-2011 aan verzoekster, verantwoordelijk voor het in de handel brengen van de apparatuur, de op de ITA markt aanwezige exemplaren ‘in overeenstemming te brengen.’ Verzoekster is tegen dat besluit opgekomen bij de Rb Venetië, stellende dat het besluit in strijd is met bijlage III pt 1 bij RL 90/5. Conformverklaring via een aangemelde instantie is niet verplicht omdat een specifieke vrijstelling geldt. Dit beroep is verworpen omdat volgens de RL (en de ITA wet) de regeling geldt voor alle apparatuur bestemd voor het opvangen van radiogolven en dus ook voor de betreffende producten van het merk Pascal. De zaak ligt nu voor bij de verwijzende rechter waarbij verzoekster vraagt om een oordeel van het HvJEU.

De verwijzende ITA RvS wijst op twee resoluties van de Raad (uit 1985 en 1989) over technische handelsbelemmeringen en conformiteitsbeoordelingsprocedures als gevolg waarvan in besluit 93/465/EEG van 22 juli 1993 in het algemeen “de modules [zijn vastgelegd] voor de verschillende fasen van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming [die in de richtlijnen voor technische harmonisatie moeten worden gebruikt]”. De verwijzende rechter is zich ervan bewust dat genoemd besluit en RL 99/5/EG inmiddels zijn vervangen door respectievelijk besluit 768/2008/EG en RL 2014/53/EU, doch is van oordeel dat de voorgelegde vraag relevant blijft gezien het in ITA rechtsorde geldende beginsel ‘tempus regit actum’ en de beoordeling van de boete die op grond van het ITA besluit aan verzoeker is opgelegd. Hij twijfelt aan de verenigbaarheid van de ITA wet 269/2001 met het EUrecht. De Rb heeft die wet zo uitgelegd dat het nummer van de aangemelde instantie op het product moet worden aangebracht voor alle producten die conform zijn verklaard op basis van de procedure van bijlage III. De EURCIE legt artikel 12 jo. bijlage III van de RL echter zo uit dat het nummer van de aangemelde instantie mag ontbreken indien de conformiteit op basis van de geharmoniseerde normen was vastgesteld. De verwijzende rechter sluit zich hierbij aan omdat het in zijn ogen niet logisch zou zijn en in strijd met de beginselen van evenredigheid en geschiktheid om tussenkomst van een aangemelde instantie te vereisen indien er geharmoniseerde normen bestaan. Hij legt het HvJEU de volgende vragen voor:

(1) Moet richtlijn 1999/5/EG aldus worden uitgelegd dat de fabrikant die gebruik maakt van de procedure van bijlage III, lid 2, van die richtlijn, wanneer de uit te voeren essentiële radiotestreeks in geharmoniseerde normen is vastgelegd, zich tot een aangemelde instantie moet richten en bij de CE-markering (die ervan getuigt dat is voldaan aan de in die richtlijn gestelde essentiële eisen) het identificatienummer van die aangemelde instantie moet vermelden?

(2) Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord en de fabrikant – na gebruik te hebben gemaakt van de procedure van bijlage III, lid 2, van die richtlijn, wanneer de uit te voeren essentiële radiotestreeks in geharmoniseerde normen is vastgelegd – zich niettemin uit eigen beweging tot een aangemelde instantie heeft gericht met het verzoek voornoemde testreeksen te bevestigen, moet hij dan bij de CE-markering, die ervan getuigt dat is voldaan aan de in richtlijn 1999/5/EG gestelde essentiële eisen, het identificatienummer van de aangemelde instantie vermelden?

(3) Indien de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord en de fabrikant – na gebruik te hebben gemaakt van de procedure van bijlage III, lid 2, van die richtlijn, wanneer de uit te voeren essentiële radiotestreeks in geharmoniseerde normen is vastgelegd, en na zich vervolgens niettemin uit eigen beweging tot een aangemelde instantie te hebben gericht met het verzoek voornoemde testreeksen te bevestigen – uit eigen beweging bij het product het identificatienummer van de aangemelde instantie heeft vermeld, moet hij dan het identificatienummer van die instantie ook aanbrengen op het product en de bijbehorende verpakking?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: EZ

Gerelateerde documenten