C-239/17

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie.

Termijnen: Motivering departement:   06 juli 2017
Schriftelijke opmerkingen:                   22 augustus 2017

Trefwoorden: Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB); steunregelingen; stikstofbalans

Onderwerp: - verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;
- verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers.

De verwijzende rechter legt om te beginnen uit dat deze aan het HvJEU voorgelegde zaak één van zeer vele betreft over niet-naleving beheerseisen (stikstofbalans) in de planperioden 2006-2007, 2007-2008 en 2008-2009. Op 01-02-2019 is Vo. 1782/2003 vervangen door Vo. 73/2009. Oorsprong van de zaak ligt in een actieplan van MinVoedselkwaliteit, opgesteld om te waarborgen dat DEN land- en tuinbouwers geïmporteerde meststoffen op een correcte manier zouden registreren. Het actieplan is opgesteld naar aanleiding van een opsporingsonderzoek bij een importeur van meststoffen die zijn (aan een groot aantal landbouwers) geleverde meststoffen niet had aangemeld. Bij de betrokken landbouwers is de mestboekhouding onderzocht. Op 04-01-2011 wordt 125 landbouwers verzocht nadere informatie te verstrekken. Die datum wordt ook beschouwd als het tijdstip van de inbreuk. MinLNV start procedures tegen de individuele landbouwers wegens niet-nakoming van de voorschriften inzake de randvoorwaarden en strafzaken wegens overtreding van de DEN meststoffenwet. De strafzaak tegen eerste verzoeker loopt nog.

De verwijzende DEN rechter (rechter voor het oosten van Denemarken) moet de vraag beantwoorden welke methode moet worden gehanteerd voor berekening van de steunverlaging (het jaar van constatering of het inbreukjaar). Dat kan aanmerkelijke verschillen opleveren zoals bijvoorbeeld in het geval van eerste verzoeker, voor wie als sanctiejaar 2011 is bepaald, die zijn subsidiabele arealen in 2010 met 800 ha heeft uitgebreid, wat met zich brengt dat de steunverlaging grotere financieel-economische consequenties voor hem had. Hetzelfde geldt voor tweede verzoeker die extra subsidiabele arealen in pacht genomen had.

In 2012 heeft het DEN betaalorgaan vragen voorgelegd aan de EURCIE over de berekeningsmethode. Daaruit zou blijken dat de EURCIE uitgaat van korting (alleen) voor het jaar waarin de inbreuk is geconstateerd. Naar aanleiding daarvan heeft het betaalorgaan in de zaak van verzoekers nieuwe besluiten vastgesteld en het sanctiejaar gewijzigd. Verweerder (klachtencentrum) vindt dat die wijziging terecht heeft plaatsgevonden.

Aangezien het HvJEU niet eerder heeft gepreciseerd welk steunjaar in aanmerking moet worden voor toepassing van de steunverlaging legt de verwijzende rechter het HvJEU de volgende vragen voor:

1) Indien de rechtstreekse betalingen aan een landbouwer op grond van artikel 6, lid 1, van verordening nr. 1782/2003 van de Raad juncto artikel 66, lid 1, van verordening nr. 796/2004 van de Commissie moeten worden verlaagd omdat hij in een bepaald kalenderjaar de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen of de eisen inzake goede landbouw- en milieuconditie niet naleeft, moet deze steunverlaging dan worden berekend op basis van de rechtstreekse betalingen aan die landbouwer
a. in het kalenderjaar waarin de niet-naleving plaatsvindt, dan wel op grond van deze betalingen
b. in het (latere) kalenderjaar waarin de niet-naleving wordt geconstateerd?

2) Luidt het antwoord op de vorige vraag hetzelfde bij toepassing van het later vastgestelde artikel 23, lid 1, van verordening nr. 73/2009 van de Raad juncto artikel 70, lid 4 en lid 8, onder a), van verordening nr. 1122/2009 van de Commissie?

3) Indien een landbouwer de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen of de eisen inzake goede landbouw- en milieuconditie niet naleeft in 2007 en 2008, maar de niet-naleving pas wordt geconstateerd in 2011, moet het bedrag van de steunverlaging dan worden bepaald overeenkomstig verordening nr. 1782/2003 van de Raad, gelezen in samenhang met verordening nr. 796/2004 van de Commissie, dan wel overeenkomstig verordening nr. 73/2009 van de Raad, gelezen in samenhang met verordening nr. 1122/2009 van de Commissie?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: EZ