C-242/17 LEGO SpA

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie.

Termijnen: Motivering departement:   27 juni 2017
Schriftelijke opmerkingen:                   13 augustus 2017

Trefwoorden: milieurecht; steunregeling; certificering, strijdigheid/onverenigbaarheid; nationale regeling

Onderwerp: - Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van richtlijn 2001/77/EG en richtlijn 2003/30/EG (Pb 2009, L 140, blz. 16).

Uitvoeringsbesluit (EU) 2011/438 van de Commissie inzake de erkenning van de „International Sustainability and Carbon Certification”-regeling voor het aantonen van de naleving van de duurzaamheidscriteria onder richtlijnen 2009/28/EG en 2009/30/EG van het Europees Parlement en de Raad (Pb 2011, L 190, blz. 79-  ISCC-regeling).

Centrale vraag in het geding: Verzet het EU-recht zich tegen een nationale regeling die strengere en specifiekere verplichtingen oplegt dan die waaraan wordt voldaan bij ISCC?

Feiten:

Verzoekster Lego SpA is een uitgeverij die toegang kreeg tot de steunregeling voor groene certificaten voor 2012-2014 (ter waarde van €1.610.421,58). Movendi trad op als tussenpersoon voor de vloeibare biomassa die nodig was om de installatie te voeden. Movendi beschikte níét materieel over de producten, deze werden rechtstreeks aan LEGO SpA geleverd door twee leveranciers. Deze leveranciers zijn aangesloten bij de vrijwillige “International Sustainability and Carbon Certification”-regeling (ISCC). Dit is een certificeringsregeling welke verschilt van de nationale regeling en welke is erkend bij besluit 2011/438/EU van de Commissie.

Bij besluit van 29 september 2014 heeft de Gestore dei servizi energetici (GSE) alle groene certificaten teruggevorderd van LEGO SpA omdat:

1.         Movendi volgens GSE moest worden beschouwd als “marktdeelnemer” in de zin van het ministeriële besluit van 23 januari 2012 en dus een duurzaamheidscertificaat moest afgeven met betrekking tot iedere partij vloeibare biomassa.

2.         De door de leveranciers afgegeven duurzaamheidscertificaten van een latere datum waren dan datum van vervoer, terwijl volgens hetzelfde ministeriële besluit die certificaten bij iedere partij moeten worden gevoegd.

LEGO SpA stelde beroep in bij de bestuursrechter om het besluit te laten vernietigen. LEGO SpA stelt o.a. dat:
1.         volgens de ISCC-regeling de tussenpersoon die niet materieel over het product beschikt, geen accreditatie nodig heeft en niet verplicht is om duurzaamheidscertificaten af te geven.

2.         Artikel 18, lid 7, van richtlijn 2009/28/EG verzet zich dus ertegen dat verdergaande verplichtingen en lasten worden opgelegd aan een marktdeelnemer die de bepalingen heeft nageleefd van een regeling voor certificering en controle die bij besluit van de Europese Commissie is erkend. Anders zouden de bepalingen van het ministeriële besluit van 23 januari 2012 onverenigbaar zijn met richtlijn 2009/28/EG, juncto besluit 2011/438/EU van de Commissie.


De bestuursrechter in eerste aanleg heeft het beroep verworpen bij vonnis van 29 januari 2016. Tegen dat vonnis is hogere voorziening ingesteld bij de verwijzende rechter (ITA RvS). Volgens de verwijzende rechter is het voor de beslechting van het eerste middel van de hogere voorziening noodzakelijk uit te maken of de nationale uitvoeringsregeling in strijd is met voornoemde Unieregeling. Hoewel zij enerzijds erkennen dat aansluiting bij een vrijwillig systeem ten aanzien waarvan de Commissie een besluit heeft genomen, geldig is, zij anderzijds de marktdeelnemers verplichten om respectievelijk „de controle aan de hand van de nationale certificeringsregeling te vervolledigen met betrekking tot die aspecten van de controle waarin die vrijwillige systemen of overeenkomsten niet voorzien”.

Prejudiciële vragen

1) Verzet het recht van de Europese Unie, meer in het bijzonder artikel 18, lid 7, van richtlijn 2009/28/EG, juncto uitvoeringsbesluit 2011/438/EU van de Europese Commissie van 19 juli 2011, zich tegen een nationale regeling als het [Italiaanse] ministeriële besluit van 23 januari 2012, en meer in het bijzonder de artikelen 8 en 12 daarvan, die andere en strengere specifieke verplichtingen oplegt dan die waaraan wordt voldaan via de toetreding tot een vrijwillig systeem ten aanzien waarvan de Europese Commissie een besluit heeft genomen krachtens voornoemd artikel 18, lid 4?

2) Indien de vorige vraag ontkennend wordt beantwoord, is de in de eerste vraag genoemde Europese regeling dan van toepassing op marktdeelnemers die een rol vervullen in de leveringsketen van het product, ook wanneer zij louter de rol van trader of tussenpersoon vervullen en zij fysiek niet de beschikking over het product hebben?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -

Specifiek beleidsterrein: IenM en EZ
 

Gerelateerde documenten