C-393/17 (copy)

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie.

Termijnen: Motivering departement:    28 augustus 2017
Schriftelijke opmerkingen:                    14 oktober 2017

Trefwoorden: dienstenactiviteit, onderwijs, diplomaerkenning, evenredigheidsbeginsel

Onderwerp: - Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt

Feiten:
Een particuliere onderwijsinstelling (United International Business Schools) biedt opleidingen aan in België en verleent de graad van ‘master’ na een succesvolle afronding van masteropleidingen. De Belgische wet (artikel II.75 § 6 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013) stelt het momenteel strafbaar om dergelijke titels uit te reiken zonder daartoe gerechtigd te zijn. De Vlaamse Gemeenschap heeft de onderwijsinstelling niet erkend.

Overweging:
Volgens de Vlaamse Gemeenschap dient de strafbepaling een algemeen belang. De bepaling belet instellingen om zonder accreditatie titels uit te reiken waardoor de kwaliteit van die titels wordt gewaarborgd. De werkwijze van de instelling leidt tot oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt omdat de diploma’s en bijhorende graden die worden uitgereikt een vrijgeleide bieden om tot de arbeidsmarkt toe te treden zonder dat gegarandeerd kan worden dat die studenten een bepaalde studienorm behaald hebben.
De beklaagden Kirchstein (vertegenwoordigers van de onderwijsinstelling) stellen dat:
1.         De bepaling in strijd is met richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken. De richtlijn is van toepassing omdat het uitreiken van master titels deel uitmaakt van hun handelspraktijk;
2.         Het verbod niet voorkomt in de lijst van praktijken die de nationale wetgever mag verbieden;
3.         De bepaling strijdig is met richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten. Een dienstenactiviteit mag slechts afhankelijk worden gemaakt van een vergunning indien de bepaling niet discrimineert, noodzakelijk en evenredig is. Het verbod in kwestie is volgens Kirchstein onevenredig om de doelstelling van openbare veiligheid en volksgezondheid te bereiken. De doelstellingen worden immers al bereikt door de specifieke toelatingscriteria die per beroep gelden.

Prejudiciële vragen:
1.         Moet de Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de Interne markt aldus worden uitgelegd dat zij zich verzet tegen de bepaling in artikel 11.75 paragraaf 6 Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 die op algemene wijze een verbod oplegt aan niet-erkende onderwijsinstellingen om gebruik te maken van de benaming "master" op de diploma's die zij uitreiken, wanneer deze bepaling beoogt te waken over een reden van algemeen belang, zijnde de noodzaak om een hoog niveau van onderwijs te waarborgen waarbij gecontroleerd moet kunnen worden of effectief aan de vooropgestelde kwaliteitseisen voldaan is?
2.         Moet de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt, aldus worden uitgelegd dat zij zich verzet tegen de bepaling In artikel 11.75 paragraaf 6 Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, die op algemene wijze een verbod oplegt aan niet-erkende onderwijsinstellingen om gebruik te maken van de benaming "master" op de diploma's die zij uitreiken, wanneer deze bepaling beoogt te waken over een reden van algemeen belang, zijnde de bescherming van afnemers van diensten?
3.         Doorstaat de strafbepaling voor de door de Vlaamse overheid niet-erkende onderwijsinstellingen die "master"-diploma's uitreiken de evenredigheidstoets van artikel 9.1, sub c) en 10.2, sub c) van de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: /

Specifiek beleidsterrein: OCW