C-397/17 en C-398/17 Profit Europe e.a

Gevoegde prejudiciële hofzaken

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie.

Termijnen:
Motivering departement:    22 augustus 2017
Schriftelijke opmerkingen:  8 oktober 2017                 

Trefwoorden: Douane-indeling, Gecombineerde Nomenclatuur (GN)

Onderwerp: verordening (EEG) nr. 2658/877 VAN DE RAAD van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief - en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief


Feiten:

Eiser Profit Europe stelt beroep in tegen de tariefindeling door de Belgische douane (verweerder) voor
Het geding heeft betrekking op de indeling van een product, hulpstukken van gietijzer voor brandinstallaties in de GN. Volgens eiser betreft het hulpstukken van niet-smeedbaar gietijzer (code 7307 1110 00), volgens verweerder hulpstukken van smeedbaar gietijzer met schroefdraad (code 70307 1910 10) en hulpstukken van smeedbaar gietijzer zonder schroefdraad (code 73071910 90).
Het betreft o.m. sproeieruitlaten, gegroefde verbindingsstukken, gegroefde einddeksels, aanboorzadels met schroefdraad, aanboorzadels gegroefd, flexibele koppelingen enz.
In discussie is in het bijzonder of “nodulair gietijzer” onder de goederencode voor smeedbaar of niet smeedbaar gietijzer thuishoort, en deze discussie is volgens de verwijzende rechter niet nieuw.
De toelichtingen van de commissie op de GN zoals hier van toepassing preciseert bij post 7307 19 10 (smeedbaar gietijzer) dat dit begrip ook nodulair gietijzer omvat. Eiser is het daar niet mee eens. Hij verwijst naar rechtspraak waarin wordt bepaald dat de indeling van goederen bepaald dient te worden op basis van objectieve kenmerken en eigenschappen van de goederen (zaak C-42/99 Fábrica de Queijo Eru Portuguesa). Aan het objectief kenmerk van smeedbaar gietijzer, namelijk dat het een thermische behandeling dient te ondergaan om smeedbaar te zijn is wat betreft nodulair gietijzer niet voldaan. Eiser staaft haar stelling met wetenschappelijke rapporten.

Overweging:

De verwijzende Belgische rechter overweegt dat er op basis van de bijgebrachte wetenschappelijke rapporten en het gegeven dat de indeling van goederen bepaald dient te worden op basis van objectieve kenmerken en eigenschappen van de goederen zich in casu een probleem probleem voordoet. Hij overweegt dat de harmonisatie in het gedrang kan komen indien o.m. in België de toelichting eventueel niet zou worden gevolgd door een beslissing van zijn rechtbank en stelt daarom de volgende vragen:

Prejudiciële vragen:

1. Moet postonderverdeling 7307 19 10 aldus worden uitgelegd dat het hulpstukken van nodulair gietijzer met de kenmerken van de hulpstukken die in het hoofdgeding aan de orde zijn omvat, wanneer uit hun objectieve kenmerken blijkt dat het wezenlijk verschilt van smeedbaar gietijzer omdat de smeedbaarheid van nodulair gietijzer niet volgt uit een passende thermische behandeling en omdat nodulair gietijzer een andere grafietvorm heeft dan smeedbaar gietijzer, nl. nodulaire grafietvorm in plaats van temperkolen?

2. Moet postonderverdeling 7307 11 00 aldus worden uitgelegd dot het hulpstukken van nodulair gietijzer met de kenmerken van de hulpstukken die in het hoofdgeding aan de orde zijn omvat, wanneer uit de objectieve kenmerken van nodulair gietijzer blijkt dat het wezenlijk overeenkomt met de objectieve kenmerken van niet-smeedbaar gietijzer?

3. Moet de GN toelichting bij postonderverdeling 7307 19 10 die bepaalt dat smeedbaar gietijzer nodulair gietijzer omvat buiten beschouwing gelaten worden, voor zover daarin bepaald wordt dat smeedbaar gietijzer nodulair gietijzer omvat, wanneer vaststaat dat nodulair gietijzer geen smeedbaar gietijzer is?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-42/99 Fábrica de Queijo Eru Portuguesa

Specifiek beleidsterrein: FIN-fisc