C-563/17 Associação

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie.

Termijnen: Motivering departement:    29 november 2017
Schriftelijke opmerkingen:                    15 januari 2018

Trefwoorden: (her)privatisering; openbare diensten; luchtvaart

Onderwerp:

-           Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie: artikelen 49, 54, 56 en 57;
-           Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt;

Feiten:

De procedure heeft betrekking op besluit nr. 4-A/2015 van de Conselho de Ministros (ministerraad) van 15.01.2015 waarbij de biedingsvoorwaarden zijn goedgekeurd voor de directe referentieverkoop van aandelen die 61% van het aandelenkapitaal van de Transportes Aéreos Portugueses, SGPS, S.A. (hierna: TAP SGPS) vertegenwoordigen, welke verkoop plaatsvindt in het kader van de indirecte herprivatisering van het aandelenkapitaal van Transportes Aéreos Portugueses, S.A. (hierna: TAP). Verzoekers (de Associação en anderen) hebben beroep ingesteld tegen de ministerraad en de andere in de stukken genoemde partijen en hebben de bestuursrechter met name verzocht om nietigverklaring of intrekking van besluit nr. 4-A/2015 van de ministerraad. Betoogd wordt dat, gelet op de vermelde Unierechtelijke bepalingen, selectiecriteria voor de procedure met betrekking tot het vervreemden van aandelen in het kapitaal van TAP SGPS als die welke hier aan de orde zijn en opgenomen zijn in de biedingsvoorwaarden (artikel 5c, d en e), die bij het litigieuze besluit van de ministerraad zijn goedgekeurd, onrechtmatig zijn omdat zij zich niet verdragen met die bepalingen. Ter onderbouwing van dat betoog wordt verwezen naar rechtspraak van het Hof (zie ‘aangehaalde jurisprudentie’). Verweerders stellen dat de door verzoekers voorgestane zienswijze en uitlegging geheel ongegrond zijn. Zij voeren aan dat de genoemde bepalingen niet van toepassing zijn en evenmin geschonden zijn, hieraan toevoegende dat ook de aangehaalde rechtspraak van het Hof volstrekt niet van toepassing is op de hier aan de orde zijnde situatie. Op basis hiervan komen zij tot de conclusie dat de litigieuze handeling niet de verweten specifieke tekortkomingen heeft, aangezien de bepalingen geheel in acht zijn genomen. Voorts wordt gesteld dat ook het verzoek om het Hof van Justitie prejudiciële vragen voor te leggen, moet worden afgewezen.

Prejudiciële vragen:

1) Is het met het Unierecht, en met name de artikelen 49 en 54 VWEU en de daarin neergelegde beginselen, verenigbaar dat in de procedure voor de indirecte herprivatisering van het aandelenkapitaal van een in overheidshanden zijnde vennootschap die actief is in de luchtvaart, in de op die procedure betrekking hebbende documenten als criterium voor het selecteren van beoogde aankopen door potentiële investeerders en het accepteren van biedingen wordt gehanteerd dat het hoofdkantoor en de
feitelijke leiding van die vennootschap in de lidstaat van oprichting gevestigd blijven?
2) Is het met het Unierecht, en met name de artikelen 56 en 57 VWEU en de daarin neergelegde beginselen alsmede het non-discriminatie-, het evenredigheids- en het noodzakelijkheidsbeginsel, verenigbaar dat in de procedure voor de indirecte herprivatisering van het aandelenkapitaal van de genoemde vennootschap, in de op die procedure betrekking hebbende documenten als criterium voor het selecteren van beoogde aankopen door potentiële investeerders en het accepteren van biedingen wordt gehanteerd dat de koper overgaat tot uitvoering van openbaredienstverplichtingen?

3) Is het met het Unierecht, en met name de artikelen 56 en 57 VWEU en de daarin neergelegde beginselen, verenigbaar dat in de procedure voor de indirecte herprivatisering van het aandelenkapitaal van de genoemde vennootschap, in de op die procedure betrekking hebbende documenten als criterium voor het selecteren van beoogde aankopen door potentiële investeerders en het accepteren van biedingen wordt gehanteerd dat de koper de huidige nationale hub behoudt en ontwikkelt?

4) Zijn de activiteiten die worden ontplooid door de genoemde vennootschap, waarvan het aandelenkapitaal wordt vervreemd in het kader van de herprivatisering, aan te merken als diensten op de interne markt waarop richtlijn 2006/123/EG van toepassing is, als sprake is van de in artikel 2, lid 2, onder d), van die richtlijn neergelegde uitzondering met betrekking tot diensten op het gebied van vervoer, en is die richtlijn dus ook van toepassing op de betreffende procedure?

5) Indien de vierde vraag bevestigend wordt beantwoord, is het dan met de artikelen 16 en 17 van die richtlijn verenigbaar dat in de procedure voor de indirecte herprivatisering van het aandelenkapitaal van de genoemde vennootschap, in de op die procedure betrekking hebbende documenten als criterium voor het selecteren van beoogde aankopen door potentiële investeerders en het accepteren van biedingen wordt gehanteerd dat de koper overgaat tot uitvoering van openbaredienstverplichtingen?

6) Indien de vierde vraag bevestigend wordt beantwoord, is het dan met de artikelen 16 en 17 van die richtlijn verenigbaar dat in de procedure voor de indirecte herprivatisering van het aandelenkapitaal van de genoemde vennootschap, in de op die procedure betrekking hebbende documenten als criterium voor het selecteren van beoogde aankopen door potentiële investeerders en het accepteren van biedingen wordt gehanteerd dat de koper de huidige nationale hub behoudt en ontwikkelt?


Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Cadbury Schweppes C-196/04; Daily Mail 81/87; Centros C-212/97; Überseering C-208/00; Inspire Art C-167/01; Cartesio C-210/06; Commissie/Italië C-465/05; Manfred Säger C-76/90

Specifiek beleidsterrein: EZK; BZK; IenW