C-59/17 SCI Château du Grand Bois

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie.

Termijnen: Motivering departement:   24 maart 2017
Concept schriftelijke opmerkingen:       10 april 2017
Schriftelijke opmerkingen:                   10 mei 2017

Trefwoorden: landbouwsteun (wijnbouw); bescherming privéleven

Onderwerp: - EVRM artikel 8 (bescherming privéleven);

- verordening (EG) nr. 555/2008 van de Commissie van 27 juni 2008 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, wat betreft de steunprogramma’s, de handel met derde landen, het productiepotentieel en de controles in de wijnsector.

Verzoekster heeft wijngaarden en vraagt 29-07-2009 steun voor herstructurering en omschakeling van wijngaarden voor 2008-2009. Dit wordt 18-12-2009 geweigerd omdat een ambtenaar van de compAut France AgriMer (verweerster) bij een controle heeft geconstateerd dat op sommige percelen de wijnstokken niet volgens de geldende regelgeving waren gerooid. In artikel 78 van deze Vo. is bepaald dat controles onaangekondigd worden uitgevoerd, dat aankondiging wel mag, maar slechts kort tevoren (om haar doel niet voorbij te schieten). Verzoekster vecht de weigering tot steunverlening aan voor de Rb Nantes die het besluit van verweerster 07-05-2013 nietig verklaart. Maar het beroep daartegen van verweerster wordt 05-02-2015 toegewezen, waarop verzoekster in cassatieberoep gaat bij de verwijzende rechter.

Bij de verwijzende FRA Raad van State stelt verzoekster dat de appelrechter blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat de omstandigheid dat de met de controle belaste ambtenaar haar domein zonder haar toestemming had betreden geen invloed had op de rechtmatigheid van de beslissing tot afwijzing van haar verzoek. Zij beroept zich op EVRM artikel 8. De verwijzende rechter stelt om de zaak te kunnen beslissen het HvJEU de volgende vragen:

– Zijn op grond van de artikelen 76, 78 en 81 van de uitvoeringsverordening van 27 juni 2008 de ambtenaren die een controle ter plaatse uitvoeren bevoegd de gronden van een landbouwbedrijf zonder de toestemming van de exploitant te betreden?
– Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, moet een onderscheid worden gemaakt naargelang de betrokken gronden al dan niet zijn afgesloten?
– Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, zijn de artikelen 76, 78 en 81 van de uitvoeringsverordening van 27 juni 2008 verenigbaar met het beginsel van onschendbaarheid van de woning zoals gewaarborgd door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens? Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: EZ en VenJ

 

Gerelateerde documenten