C-659/17 Azienda Napoletana Mobilità

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie.

Termijnen: Motivering departement:    24 januari 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    10 maart 2018

Trefwoorden: staatssteun; openbaar vervoer

Onderwerp:

-           Beschikking 2000/128/EG van de Commissie van 11 mei 1999 betreffende de steun verleend door Italië voor maatregelen ten behoeve van de werkgelegenheid (hierna: beschikking);

Feiten:

Bij beschikking van 11.05.1999 heeft de Europese Commissie de aan bedrijven toegekende verlagingen van de sociale bijdragen voor aanwervingen op basis van opleidings- en arbeidsovereenkomsten onrechtmatig verklaard voor zover niet aan specifieke voorwaarden werd voldaan. Daarop heeft het Istituto nazionale della previdenza sociale (hierna: INPS) in verband met ten onrechte toegekende verlagingen enorme bedragen teruggevorderd. Verzoekster (hierna: ANM) heeft verzocht dat zou worden vastgesteld dat zij niet verplicht was tot terugbetaling van sociale bijdragen. Deze vordering is toegewezen. Het INPS heeft die beslissing aangevochten bij de Corte d’appello di Napoli, die het hoger beroep bij beslissing van 24.11.2010 heeft verworpen omdat beschikking 2000/128/EG (waar het beroep op is gebaseerd) niet van toepassing zou zijn op de onderhavige zaak. Het INPS voert aan aan dat de Corte d’appello di Napoli, om vast te stellen dat de beschikking niet op ANM van toepassing is, artikel 107 VWEU en bovengenoemde beschikking heeft uitgelegd, terwijl de zaak had moeten worden verwezen naar het Hof – het enige orgaan dat bevoegd is om communautaire handelingen uit te leggen. Voorts stelt het INPS dat, anders dan de Corte d’appello di Napoli heeft geoordeeld, de beschikking van de Europese Commissie ook op ANM van toepassing is.

Overweging:

Wat de onderhavige zaak bijzonder maakt is dat de beschikking van 11.05.1999 volgens de Corte d’appello di Napoli in casu niet van toepassing kan worden geacht omdat in deze zaak de economische steunmaatregelen – in de vorm van verlaging van de sociale bijdragen voor aanwervingen op basis van opleidings- en arbeidsovereenkomsten – niet tot doel hebben het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Europese Unie ongunstig te beïnvloeden en de mededinging niet kunnen vervalsen, aangezien zij betrekking hebben op de exploitatie van plaatselijk openbaar vervoer in een context die niet aan mededinging onderhevig is.

Prejudiciële vragen:

De vraag van de verwijzende rechter is of beschikking nr. 2000/128/EG van de Europese Commissie van 11 mei 1999 ook [van toepassing is] op exploitanten van plaatselijk openbaar vervoer die – in  wezen in een context die niet aan mededinging onderhevig is gezien de exclusiviteit van de verleende dienst – als werkgever vanaf de inwerkingtreding van wet nr. 407 van 1990, in casu in het tijdvak [tussen mei] 1997 en mei 2001, van verlaging van sociale bijdragen hebben geprofiteerd bij het sluiten van opleidings- en arbeidsovereenkomsten.

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: EZK; IenW
 

Gerelateerde documenten