C-9/17

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie.

Termijnen: Motivering departement:   06 maart 2017
Concept schriftelijke opmerkingen:       20 maart 2017
Schriftelijke opmerkingen:                   20 april 2017

Trefwoorden: overheidsopdrachten; plattelandsontwikkeling (ELFPO)

Onderwerp: - verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad;
- verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van (enz);
- richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten

Verzoekster heeft ingeschreven op een 16-09-2014 gepubliceerde aanbesteding van het FIN agentschap voor het platteland (verweerder) voor adviesdiensten van 01-01-2015 – 31-12-2020 op gebied landbouw, bosbouw enz. Deze dienst valt onder bijlage II B van RL 2004/18. Verzoekster schrijft in voor een adviesdienst met betrekking tot ‘nutsdieren, gezondheidszorgplannen’. Bij besluit van 18-12-2014 sluit verweerder verzoekster uit van de verdere procedure. Zij zou niet aan de inschrijvingsvoorwaarden hebben voldaan door een vraag niet te beantwoorden en verweerder stelt dat de gevraagde akkoordverklaring (aankruisen ja/nee) met de in het ontwerpraamcontract gestelde voorwaarden een onvoorwaardelijke eis van de aanbesteding was. Verzoekster gaat in beroep waarin zij stelt dat het niet gaat om een overheidsopdracht in de zin van de FIN wet inzake overheidsopdrachten (‘gunningswet’) maar dat de wet bestuursrecht van toepassing is. Verweerder had haar moeten vragen haar dossier aan te vullen. Verweerder verwerpt het beroep waarop verzoekster zich tot de handelsrechter wendt waar zij eveneens stelt dat het niet om een overheidsopdracht gaat in de zin van de gunningswet.

Bij de verwijzende FIN rechter (hoogste bestuursrechter) gaat het om de vraag of het hier een overheidsopdracht betreft die binnen de werkingssfeer van RL 2004/18 valt (en zo ook van de FIN gunningswet). De gevraagde adviesdiensten (aan landbouwers) maken onderdeel uit van het FIN plattelandsontwikkelingsprogramma, gebaseerd op Vo. 1305/2013 (ELFPO). In de convocatie is de inschrijving voor zowel publieke als private adviseurs opengesteld. Het als bijlage bijgevoegde formulier (dat verzoekster niet invulde) bevat onder meer vragen over aanvaarding van de in het bijgevoegde ontwerpraamcontract opgenomen voorwaarden.

Het besluit van verweerder van 18-12-2014 is een voorwaardelijk gunningsbesluit; de adviseurs worden voorlopig toegelaten – een definitief besluit wordt pas genomen nadat zij een examen hebben afgelegd. De verwijzende rechter wijst op de uitleg van het HvJEU van het begrip ‘overheidsopdracht’ in C-410/14. Het onderhavige toelatingssysteem is wel verschillend van dat in C-410/14 omdat het om een raamovereenkomst gaat waarin gedurende de looptijd ervan geen nieuwe ondernemers worden opgenomen. Aangezien het voor de verwijzende rechter niet duidelijk is of het hier om een overheidsopdracht gaat legt hij de volgende vraag voor aan het HvJEU:

“Moet artikel 1, lid 2, onder a), van [richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten] aldus worden uitgelegd dat de definitie van “overheidsopdrachten” in de zin van die richtlijn een gunningssysteem omvat,
– waarmee een openbare instelling beoogt voor een van tevoren beperkte looptijd diensten op de markt te verkrijgen, door onder de voorwaarden van een aan de oproep tot inschrijving gehecht ontwerpraamcontract overeenkomsten te sluiten met alle ondernemers die voldoen aan de in het aanbestedingsdossier vastgestelde afzonderlijk genoemde eisen inzake de geschiktheid van de inschrijver en de aangeboden dienst en die slagen voor een in de oproep tot inschrijving nader beschreven examen, en
– waartoe gedurende de looptijd van het contract niet meer kan worden toegetreden?”

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-410/14 Falk Pharma

Specifiek beleidsterrein: EZ, BZK