E-1/17 Konkurrenten.no AS

EVA-Hof zaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het volledige dossier van het EVA-Hof.

Termijnen: Motivering departement:  14 april 2017
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:  29 april 2017
Schriftelijke opmerkingen (engelstalig) 29 mei 2017 (fatale termijn)

Trefwoorden: staatssteun

Onderwerp: EER-verdrag / staatssteun

Verzoekster exploiteert snelbusdiensten tussen het centrale en zuidelijke deel van NOO. Het bedrijf is in eigendom van Olto Holding die tevens touroperator en taxibedrijf is. Haar belangrijkste concurrent op het traject tussen 2004 – 2014 was Netbuss die, zo stelt verzoekster, een belangwekkend bedrag aan staatssteun van het district ontving. Verzoekster eist nietigverklaring van het besluit van 07-05-2015 van de toezichthouder EVA (tEVA) waarbij tEVA na een onderzoek naar aanleiding van een klacht van verzoekster die steun als bestaande steun heeft aangemerkt.

Netbuss is voortgekomen uit een staatsbedrijf (1986) en was destijds de enige concessiehouder op de route. In december 2000 heeft verzoekster (toen Risdale Touring) een concessie aangevraagd bij NOO MinTransport. Het district adviseerde negatief omdat er al een goede verbinding bestond (van Netbuss). Ook Netbuss maakte bezwaar wegens bedreiging van haar winstgevendheid. De concessie werd uiteindelijk in maart 2002 aan verzoekster verleend. Door toename van het aantal busdiensten door verzoekster kreeg Netbuss het moeilijk en kreeg zij bepaalde voorrechten van het district. In maart 2011 legt verzoekster een klacht neer tegen de NOO staat waarbij zij de aan Netbuss verleende steun aan de kaak stelt. Dit leidt tot het besluit waarin tEVA op 07-05-2015 stelt dat sprake is van staatssteun en dat de betalingen die Netbuss heeft ontvangen (totaal NOK 99.453.890) niet verenigbaar zijn met het EER-verdrag; het onderzoek is daarmee afgerond. NOO moet de onrechtmatige steun van Netbuss terugvorderen. NOO meldt 07-07-2015 aan tEVA dat Netbuss een bedrag van NOK 99.453.890 in rekening is gebracht en op 06-10-2015 dat Netbuss weigert het bedrag te betalen. NOO vraagt dan tEVA of het bedrag juist berekend is, waarna tEVA aangeeft dat NOO het besluit niet juist heeft geïnterpreteerd. Er dienden bepaalde bedragen buiten de claim te worden gehouden (zoals transport schoolkinderen, en het gebruik van routeverkortingen zonder toestemming van het district). Verzoekster stelt dat in strijd met de staatssteunregels is. Deze overcompensatie is volgens verzoekster ‘nieuwe steun’.

Op 25-09-2015 dient verzoekster een nieuwe klacht in omdat NOO faalt terzake van terugvordering en verzoekt tEVA een zaak tegen NOO voor het EVA-hof te brengen. Op 08-09-2016 treft het district met Netbuss een schikking waarbij Netbuss een bedrag aan ontvangen steun terugbetaalt (NOK 5.000.000). Verzoekster concludeert dan ook dat in feite alle in de periode 2004-2014 ontvangen steun gehandhaafd blijft.


In haar verweerschrift stelt de tEVA dat het verzoekster niet zozeer om vernietiging van het besluit op zich gaat maar om bovengenoemde ‘overcompensatie’ die Netbuss heeft ontvangen en die naar zij stelt ‘nieuwe steun’ inhoudt. Zij stelt niet ontvankelijkheid van de claim en wijst de door verzoekster ingebrachte middelen af.

Aangehaalde jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: EZ