C-115/18 (geschorst in afwachting arrest in C-676/17)

C-115/18 (geschorst in afwachting arrest in C-676/17)

Prejudiciële hofzaak C-115/18 (geschorst in afwachting arrest in C-676/17)

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    3 april 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    15 mei 2018

Trefwoorden: verordening 1107/2009; gewasbeschermingsmiddelen; voorzorgsbeginsel; onpartijdigheidsbeginsel

Onderwerp:

-           Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (hierna: verordening 1107/2009).

Feiten:

Verdachten worden in Frankrijk vervolgd wegens het beschadigen van andermans goed in verschillende winkels op 19.03.2016. Deze actie was onder meer gericht op het product RoundUp; een onkruidbestrijdingsmiddel dat wordt geproduceerd met de basismolecule glyfosaat, waaraan een groot aantal hulpstoffen worden toegevoegd. Verdachten betogen dat glysofaat algemeen wordt beschouwd als toxisch en kankerverwekkend. Daarom is het volgens verdachten van belang vast te stellen of deze middelen mochten worden verkocht in het licht van de beschikbare wetenschappelijke kennis en gelet op het voorzorgsbeginsel zoals vastgelegd in artikel 267 VWEU. De regels omtrent het al dan niet op de markt mogen brengen van gewasbeschermingspreparaten zijn geharmoniseerd in verordening 1107/2009. De procedure tot vergunningverlening omvat twee afzonderlijke beoordelingen. Ten eerste de beoordeling op Europees niveau die hetzelfde is voor alle lidstaten en uitsluitend betrekking heeft op de molecule die is aangemerkt als werkzame stof. Ten tweede volgt er een beknopte beoordeling van het eindproduct (werkzame stof plus hulpstoffen). In Frankrijk gebeurt deze beoordeling door het nationale agentschap voor Voedselveiligheid (hierna: ANSES). Verdachten menen dat verordening 1107/2009 in strijd is met het voorzorgsbeginsel, doordat er geen langetermijnanalyse van het eindproduct worden gemaakt, maar slechts van de basismolecule die als werkzame stof wordt aangewezen. Indien het Hof om deze reden oordeelt dat de verordening ongeldig is, is ook de vergunning ongeldig en hadden de beweerdelijk beschadigde goederen nooit in de handel mogen worden gebracht, waardoor er volgens verdachten dan geen strafbaar feit zou zijn gepleegd.

Overweging:

De rechter overweegt dat de beoordelingsmethoden in de Europese verordening voorzien in een volledige toxicologische beoordeling op lange termijn van de werkzame stof op Europees niveau, gevolgd door een beknopte beoordeling van de eindproducten zoals deze in de lidstaten in de handel worden gebracht. Daarbij kan de begunstigde van de vergunning zelf aangegeven wat de te beoordelen werkzame stof van zijn product zou zijn, terwijl de overige producten dan buiten deze beoordeling vallen. De rechter ziet daarom aanleiding prejudiciële vragen te stellen aan het Hof.

Prejudiciële vragen:

1) Is verordening (EG) nr. 1107/2009 in overeenstemming met het voorzorgsbeginsel, wanneer deze verordening nalaat precies te definiëren wat een werkzame stof is, waarbij het aan de aanvrager wordt overgelaten wat hij in zijn middel als werkzame stof wil vermelden, en hij de mogelijkheid heeft het gehele dossier van zijn aanvraag op een enkele stof te richten terwijl het in de handel gebracht eindproduct uit verschillende stoffen bestaat?

2) Worden het voorzorgs- en onpartijdigheidsbeginsel bij de toelating voor het in de handel brengen gewaarborgd, wanneer de voor het onderzoek van het dossier noodzakelijke testen, onderzoeken en beoordelingen alleen door de aanvragers die bij hun presentatie partijdig kunnen zijn, worden uitgevoerd, zonder enige onafhankelijke contra-expertise?

3) Worden het voorzorgs- en onpartijdigheidsbeginsel bij de toelating voor het in de handel brengen gewaarborgd, wanneer de verslagen van de aanvragen tot toelating niet openbaar worden gemaakt, onder voorwendsel dat het bedrijfsgeheim moet worden beschermd?

4) Is verordening (EG) nr. 1107/2009 in overeenstemming met het voorzorgsbeginsel, wanneer daarin geen rekening wordt gehouden met het feit dat er vele werkzame stoffen zijn en zij gecombineerd worden gebruikt, in het bijzonder wanneer deze verordening niet voorziet in een volledig specifiek onderzoek op Europees niveau van de combinatie van werkzame stoffen binnen eenzelfde middel?

5) Is verordening (EG) nr. 1107/2009 in overeenstemming met het voorzorgsbeginsel, wanneer de hoofdstukken 3 en 4 van deze verordening pesticiden in de commerciële formulering waarin zij in de handel zijn gebracht en waaraan de consument en het milieu worden blootgesteld, vrijstellen van toxiciteitsonderzoeken (genotoxiteitsonderzoeken, carcinogeniteitsonderzoeken, onderzoek van de hormoonontregelende eigenschappen, etc.), en deze slechts aan summiere testen die altijd door de aanvrager worden verricht, onderwerpen?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -

Specifiek beleidsterrein: EZK; LNV