C-236/18 GRDF

C-236/18 GRDF

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    17 mei 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    3 juli 2018

Trefwoorden: terugwerkende kracht; aardgas; bevoegdheid

Onderwerp:
-           Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG;

Feiten:

De vennootschap Direct énergie heeft op respectievelijk 21.06.2005 en 21.11.2008 twee contracten gesloten voor de gasdistributie middels het aardgasnet met verzoeker (GRDF), de beheerder van het netwerk. Op 22.07.2013 heeft Direct énergie het comité voor geschillenbeslechting en sancties (Cordis) van de regelgevende commissie voor energie (CRE) verzocht om GRDF te gelasten haar contracten in overeenstemming te brengen met de regelgeving op het gebied van energie, en ter vaststelling van het tarief voor de bemiddelingsdiensten. Bij besluit van 19.09.2014 heeft het Cordis GRDF gelast Direct energie een nieuw contract aan te bieden, en het verzoek voor de vaststelling van het tarief voor bemiddelingsdiensten afgewezen. ENI heeft vrijwillig geïntervenieerd in de beroepsprocedure, waar met het bestreden arrest de aanbieding van het contract gelast werd en de overige vorderingen van Direct énergie afgewezen werden. GRDF voert aan dat de inroeping van het Cordis afhankelijk is van het bestaan van een geschil. Derhalve kan aan de besluiten van het Cordis, op grond van het beginsel van de niet-terugwerkende kracht van administratieve besluiten, geen terugwerkende kracht worden verleend tot vóór het ontstaan van het geschil. Zelfs al zou een bestuurlijke autoriteit – vanwege voorrang van het Unierecht - een retroactief besluit kunnen vaststellen, dan had het Cordis en daarna de Cour d’appel de noodzaak daarvan moeten aantonen. Noch de Cour d’appel noch het Cordis heeft een Unierechtelijke rechtvaardiging gegeven voor de noodzaak van het retroactieve karakter van het besluit. De beginselen van gewettigd vertrouwen en rechtszekerheid verzetten zich tegen de wijziging met terugwerkende kracht van contractuele tariefbepalingen die in overeenstemming zijn met een besluit van de regulerende instantie over dit tarief. Direct énergie antwoordt dat het Cordis met zijn besluit heeft gezorgd voor het herstel van beginselen die de toegang tot het net onder objectieve, niet-discriminerende en evenredige voorwaarden garanderen, welke niet in acht waren genomen door de netbeheerder bij het sluiten van de aansluitingscontracten. Zijn besluit houdt derhalve geen wijziging van de rechtsorde in en is niet in strijd met het beginsel dat wetten geen terugwerkende kracht hebben.

Overweging:

De standpunten van partijen zijn ontleend aan het Unierecht en in het bijzonder aan de richtlijn 2009/73. Hieruit volgt dat een redelijke twijfel bestaat over de uitlegging die moet worden gegeven aan deze richtlijn wat betreft de bevoegdheden waarover de nationale regulerende instanties voor de beslechting van geschillen moeten beschikken. Bijgevolg dient het Hof om uitlegging te worden verzocht.

Prejudiciële vragen:

Moet richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009, en in het bijzonder artikel 41, lid 11, ervan, aldus worden uitgelegd dat een regulerende instantie bij de beslechting van een geschil bevoegd moet zijn om een besluit te nemen dat geldt voor de gehele periode waarop het bij haar aanhangige geschil betrekking heeft, ongeacht de datum waarop dit geschil tussen de partijen is ontstaan, en daarbij met name aan het feit dat een contract niet in overeenstemming is met de richtlijn consequenties moet verbinden middels een besluit dat effect sorteert voor de gehele contractperiode?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Vereniging Nationaal Overlegorgaan Sociale Werkvoorziening e.a. C-383/06 t/m C-385/06; Gesamthochschule Duisburg 234/83; Verli-Wallace/Commissie 159/82; Tomadini 84/78; Unibet C-432/05; Unión de Pequeños Agricultores/Raad C-50/00 P; Gascogne Sack Deutschland/Commissie C-40/12 P; ZZ C-300/11.

Specifiek beleidsterrein: JenV; EZK