C-245/18 Fallimento Tecnoservice Int

C-245/18 Fallimento Tecnoservice Int

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    01 juni 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    18 juli 2018

Trefwoorden: banken

Onderwerp:

-           Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt tot wijziging van de richtlijnen 97/7/EG, 2002/65/EG, 2005/60/EG en 2006/48/EG, en tot intrekking van richtlijn 97/5/EG.
[Deze bepalingen gelden ongeacht de intrekking van zeer recente datum, aangezien in casu de voordien geldende tekst van toepassing is.]

Feiten:

Op 03.08.2015 heeft een schuldenaar van verzoekster (Tecnoservice Int. SRL) een betaling verricht ten gunste van verzoekster, door een bankoverschrijving op een postgirorekening met een specifiek IBAN. De betaling werd daadwerkelijk uitgevoerd ten gunste van de aldus geïdentificeerde rekening, en overeenkomstig gecrediteerd. Het bleek echter te gaan om een andere rekeninghouder dan verzoekster, die daardoor nooit de beschikking over de bedragen heeft gekregen. Verzoekster (in staat van faillissement) stelt dat verweerder (Poste Italiane SpA) - als betalingsdienstaanbieder van verzoekster - aansprakelijk is aangezien deze niet heeft gecontroleerd of het door de opdrachtgever ingevulde IBAN overeenkwam met de naam van de begunstigde, welke samen correct waren opgegeven in de betalingsopdracht. Hierdoor is het mogelijk geworden dat de bedragen zijn bijgeschreven op de rekening van een verkeerde begunstigde, terwijl de vergissing had kunnen worden ontdekt. Verweerder stelt dat zij niet aansprakelijk kan worden gesteld, omdat zij de overschrijving van de bedragen heeft uitgevoerd op de rekening die correspondeert met het IBAN dat op de betalingsopdracht stond vermeld en dat zij niet gehouden is tot enige verdere controle.

Overweging:

De bepalingen van het Unierecht kunnen op twee manieren worden uitgelegd: 1) ze zijn uitsluitend van toepassing op de relatie tussen de opdrachtgever tot betaling en diens bank, en niet tevens op de relatie tussen de bank van de ontvanger van de betaling en andere belanghebbenden; of 2) ze zijn van toepassing op de gehele betalingstransactie, inclusief het gedrag van de bank van de begunstigde. De Italiaanse rechtspraak loopt hier uiteen. Het is wenselijk deze onzekerheden weg te nemen door uitlegging van het Unierecht, ook nu de wetgeving is gewijzigd, omdat de relevante bepalingen jarenlang van kracht zijn geweest en derhalve van toepassing zijn op eerder ontstane rechtsbetrekkingen.

Prejudiciële vragen:

Moeten de artikelen 74 en 75 van richtlijn 2007/64/EG, volgens de tekst die van kracht was op 3 augustus 2015, betreffende de verplichtingen en beperkingen van de aansprakelijkheid van de betalingsdienstaanbieder, zoals opgenomen in het Italiaanse recht bij de artikelen 24 en 25 van wetsbesluit nr. 1[1]0/201[0], aldus worden uitgelegd dat zij alleen van toepassing zijn op de betalingsdienstaanbieder van diegene die opdracht geeft tot de betalingsdienst, dan wel aldus dat zij ook van toepassing zijn op de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: FIN