C-259/18 Asendia Spain

C-259/18 Asendia Spain

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    19 juni 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    5 augustus 2018

Trefwoorden: mededinging; postdiensten

Onderwerp:

-           Richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst (postrichtlijn), zoals gewijzigd bij richtlijn 2008/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008;

Feiten:

In haar vordering beticht Correos Asendia van drie praktijken die volgens haar als oneerlijk zouden kunnen worden aangemerkt en haar schade zouden hebben berokkend. Correos beschuldigt Asendia er meer in het bijzonder van frankeermiddelen of voorafbetaalde etiketten te verkopen die de zegels van Correos imiteren en ermee kunnen worden verward, die frankeermiddelen buiten haar interne postnet te verkopen en gebruikers onvoldoende te informeren over het feit dat correspondentie met frankeermiddelen van Asendia alleen kan worden afgegeven in de brievenbussen van Swiss Post. Verweerster Asendia verzet zich uitdrukkelijk tegen de vordering en stelt dat haar activiteit wettig is, dat zij over alle nodige vergunningen beschikt en geen aanvullende vergunningen nodig heeft om haar eigen frankeermiddelen uit te geven, en dat zij zich derhalve niet schuldig maakt aan de onrechtmatige handelingen in de zin van de Spaanse wet betreffende oneerlijke mededinging die haar ten laste worden gelegd, aangezien zij noch de zegels van Correos imiteert, noch verwarring sticht op de markt, noch gebruikmaakt van het postnet van Correos, aangezien zij de gebruikers correct informeert.

Overweging:

Om uit te leggen waarom deze prejudiciële verwijzing noodzakelijk wordt geacht, moet worden bepaald of de omvang van de waarborgen die aan Correos - het bedrijf dat belast is met het aanbieden van de universele postdienst - zijn verleend, de andere postexploitanten belet frankeermiddelen uit te geven en te verkopen, aangezien dit doorslaggevend is om te bepalen of er al dan niet sprake is van een oneerlijke praktijk die moet worden onderzocht en waarover een uitspraak moet worden gedaan. De verwijzende rechter twijfelt aan de omvang van de aan Correos verleende waarborgen, gelet op de uitlegging ervan in het arrest van 20 november 2015 van de kamer voor bestuursrechtelijke geschillen van de Tribunal Supremo, die op verschillende manieren kan worden gelezen. De uitlegging van het recht van de Europese Unie is derhalve van doorslaggevend belang om het aan de orde zijnde geschil te beslechten.

Prejudiciële vragen:

1. Verzetten artikel [OMISSIS] 7, lid 1, en artikel 8 van richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst (postrichtlijn), zoals gewijzigd bij richtlijn 2008/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008, zich tegen een nationale regeling volgens welke de waarborg die wordt verleend aan de postexploitant die als aanbieder van de universele postdienst is aangewezen ook inhoudt dat die exploitant als enige gemachtigd is om andere frankeermiddelen dan postzegels te distribueren?

2. Indien het antwoord op de eerste vraag bevestigend luidt, is het dan verenigbaar met de postregelgeving van de Europese Unie dat van particuliere postexploitanten wordt geëist dat zij over fysieke verkooppunten ten behoeve van het publiek beschikken om andere frankeermiddelen dan postzegels te kunnen distribueren en verkopen?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: EZK