C-28/17 Verein für Konsumenteninformation

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie.

Termijnen: Motivering departement:    8 maart 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    22 april 2018

Trefwoorden: financieel; monetair; SEPA

Onderwerp:
-           Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van verordening (EG) nr. 924/2009 (SEPA-verordening);

Feiten:

Verweerster (Deutsche Bahn AG) is een spoorwegonderneming met zetel in Duitsland die onder andere ook aan Oostenrijkse klanten de mogelijkheid biedt om internationale treinkaartjes via internet of mobiele telefoon te boeken. Daartoe sluit zij met consumenten een overeenkomst op basis van haar vervoersvoorwaarden. Een van de voorwaarden voor betaling per automatische afschrijving is het hebben van een woonplaats in Duitsland. Verzoeker (Verein für Konsumenteninformation) vordert dat verweerster wordt verplicht om zich in het handelsverkeer met consumenten te onthouden van het gebruik van de clausule „Voorwaarde voor betaling per automatische afschrijving is een woonplaats in Duitsland, de toestemming voor de afschrijving van een rekening bij een bank/spaarbank met zetel in de SEPA-ruimte […]”, alsook van het gebruik van zinverwante clausules. De clausule is naar zijn mening in strijd met artikel 9(2) van de SEPAverordening. Een consument beheert zijn betaalrekening regelmatig in het land waarin hij woonachtig is. Het opleggen, aan de consument, van de voorwaarde dat hij voor betaling middels automatische afschrijving een woonplaats in Duitsland aantoont, leidt tot een nog zwaardere voorwaarde dan de opening van een betaalrekening in Duitsland. De clausule is in strijd met het doel van de automatische afschrijving binnen SEPA om een geïntegreerde markt voor elektronische betalingen in euro, zonder onderscheid tussen binnenlandse en grensoverschrijdende betalingen, tot stand te brengen. Verweerster werpt tegen dat de SEPA-verordening zich richt tot de betalingsdienstaanbieder. Zij dient ter bescherming van het betalingsverkeer en niet ter bescherming van de betaler. De begunstigde wordt hierdoor niet verplicht om aan alle potentiële betalers de automatische afschrijvingsregeling van SEPA zonder onderscheid en daardoor steeds Uniebreed aan te bieden. Een dergelijke verplichting zou in strijd zijn met de ondernemersvrijheid die krachtens artikel 6 VWEU juncto artikel 16 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie primairrechtelijk wordt beschermd. Klanten hebben altijd nog andere betaalwijzen (per creditcard, PayPal en SOFORT overboeking) tot hun beschikking.

Overweging:

Verzoeker baseert de ontoelaatbaarheid van de clausule op schending van artikel 9(2) van de SEPA-verordening. Omstreden is of de SEPA-verordening zich overwegend richt tot betalingsdienstaanbieders, het betalingsverkeer, en niet de betaler moet beschermen, en of een begunstigde SEPA automatische afschrijvingen Uniebreed aan alle betalers moet aanbieden.

Prejudiciële vragen:

Dient artikel 9, lid 2, van verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van verordening (EG) nr. 924/2009 (SEPA-verordening) aldus te worden uitgelegd dat het de begunstigde verboden wordt om betaling via het SEPA-betaalsysteem ervan afhankelijk te stellen dat de betaler zijn woonplaats heeft in de lidstaat waarin ook de begunstigde woonachtig dan wel gezeteld is, wanneer de betaling ook op andere wijze, bijvoorbeeld met creditcard, is toegestaan?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: FIN