C-301/18

C-301/18

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    27 juni 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    13 augustus 2018

Trefwoorden: consumentenbescherming;

Onderwerp:

-           Richtlijn 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de richtlijnen 90/619/EEG, 97/7/EG en 98/27/EG van de Raad;

Feiten:

Verzoeker is consument en bereidde de financiering van twee koopwoningen voor. Verweerster is een kredietinstelling en overhandigde verzoeker schriftelijk twee van haar op 10.11.2005 vooraf opgestelde en ondertekende documenten met als opschrift “kredietovereenkomst” ter afsluiting van twee aflossingsvrije vastgoedleningen. Deze documenten bevatten elk instructies voor herroeping, de instructies voor herroeping weerspiegelen niet de wetstekst en evenmin kunnen zij wettig worden geacht krachtens de regeling aangaande informatie- en bewijsverplichtingen omdat zij beantwoorden aan een modelformulier. Verzoeker ondertekende de documenten op 11.11.2005 en verzond de ondertekende exemplaren van de contractdocumenten naar verweerster. Verweerster stelde het krediet op aanvraag van verzoeker ter beschikking en verzoeker betaalde de overeengekomen maandelijkse rente. Bij brief van 14.11.2015 herriep verzoeker de kredietovereenkomst. Hij beriep zich daarbij op foutieve instructies voor herroeping. Hij wees erop dat verdere betalingen alleen werden verricht onder voorbehoud van terugvordering en zonder erkenning van een wettelijke verplichting. Verweerster betwistte het herroepingsrecht van verzoeker en verklaarde zich subsidiair bereid tot verrekening met de haar toekomende aanspraken in geval van rechtmatigheid van de herroeping. Verzoeker vordert onder meer de betaling van een gebruiksvergoeding op de voorafgaand aan de herroeping verrichte betalingen.

Overweging:

De geformuleerde vraag is relevant voor de beslechting van het geding, omdat de verwijzende rechter van oordeel is dat de herroeping van verzoeker rechtsgeldig was, gezien de ongeldigheid van de instructies voor herroeping in beide kredietovereenkomsten. Tevens is er naar het oordeel van de verwijzende rechter geen reden voor uitsluiting van het herroepingsrecht. De vraag rijst derhalve welke gevolgen de herroeping heeft.

Prejudiciële vragen:

Moet artikel 7, lid 4, van richtlijn 2002/65/EG aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een regeling van een lidstaat die bepaalt dat de aanbieder, na kennisgeving van de herroeping van een op afstand gesloten overeenkomst, aan de consument bovenop het bedrag dat hij krachtens de overeenkomst op afstand van de consument heeft ontvangen, ook een gebruiksvergoeding voor dit bedrag verschuldigd is?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-481/99; C-350/03; C-229/04.

Specifiek beleidsterrein: EZK; FIN