C-306/18 Korado a.s.

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    27 juni 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    13 augustus 2018

Trefwoorden: gecombineerde nomenclatuur; douane; tariefpost

Onderwerp:

-           Uitvoeringsverordening (EU) 2015/23 van de Commissie van 5 januari 2015 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (hierna: uitvoeringsverordening 2015/23);
-           Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.

Feiten:

Verzoekster heeft een douanekantoor in Tsjechië verzocht om een bindende tariefinlichting met betrekking tot de indeling van goederen, te weten verbindingsstukken van radiatoren. De verbindingsstukken bestaan uit een gelast stuk staal dat een onlosmakelijk deel vormt van een radiator voor centrale verwarming; zij worden gebruikt om verwarmingspanelen met elkaar te verbinden. Het douanekantoor heeft bindende inlichtingen gegeven, waarbij de verbindingsstukken onder GN-code 7 307 93 19 zijn ingedeeld (delen voor algemeen gebruik). De indeling van de goederen door het douanekantoor berust op uitvoeringsverordening 2015/23. De verbindingsstukken vormen volgens verzoekster echter een onlosmakelijk en onmisbaar onderdeel van de radiator en zijn geen onderdelen die voor algemeen gebruik kunnen worden gebruikt. Volgens uitvoeringsverordening 2015/23 kwalificeren de verbindingsstukken echter wel als delen voor algemeen gebruik. Verzoekster is daarom van mening dat – mede gezien de omschrijving van ‘delen’ in andere GN-codes en de rechtspraak van het Hof van Justitie – de uitvoeringsverordening ongeldig is voor zover zij de daarin beschreven artikelen indeelt onder GN-postonderverdeling 7 307 93 19. Vraag

Overweging:

De verwijzende rechter oordeelt dat de verbindingsstukken identiek of voldoende identiek zijn aan de omschrijving van de goederen die op basis van uitvoeringsverordening 2015/23 onder GN-code 7 307 93 19 vallen en als gevolg daarvan volgens de verordening delen voor algemeen gebruik zijn. Echter heeft het Hof in het kader van het begrip ‘delen’ verklaard dat dit de aanwezigheid impliceert van een geheel waarvoor deze delen onmisbaar zijn, en dat het begrip ‘toebehoren’ de aanwezigheid impliceert van verwisselbare uitrusting waardoor een apparaat voor speciale werkzaamheden kan worden aangepast of die het geschikt maakt voor bijkomende mogelijkheden of voor bijzondere werkzaamheden die verband houden met de hoofdfunctie van de machine. De verwijzende rechter twijfelt daarom aan de geldigheid van uitvoeringsverordening 2015/13 voor zover het de verbindingsstukken indeelt onder GN-code 7 307 93 19. Ook rijst de vraag waar de verbindingsstukken ingedeeld dienen te worden indien de verordening ongeldig dan wel geldig is. Deze vragen worden voorgelegd aan het Hof.

Prejudiciële vragen:

1. Is Uitvoeringsverordening (EU) 2015/23 van de Commissie van 5 januari 2015, waarin de in kolom 1 van de tabel in de bijlage beschreven goederen worden ingedeeld onder onderverdeling 7 307 93 19 van de gecombineerde nomenclatuur, geldig?

2. Indien deze verordening ongeldig is, kunnen de betrokken artikelen dan worden ingedeeld onder onderverdeling 7 322 19 00 van de gecombineerde nomenclatuur?

3. Indien deze verordening geldig is, moeten de betrokken artikelen dan worden ingedeeld onder onderverdeling 7 307 93 19 van de gecombineerde nomenclatuur?


Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Turbon International, C-276/00.

Specifiek beleidsterrein: FIN

 

Gerelateerde documenten