C-318/18 Oracle Belgium

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    9 juli 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    25 augustus 2018

Trefwoorden: staatssteun; terugvordering;

Onderwerp:
-           Artikel 108 VWEU;
-           Besluit (EU) 2016/1699 van de Commissie van 11 januari 2016 betreffende de staatssteunregeling inzake vrijstelling van overwinst SA.37667 (2015/C) (ex 2015/NN) door België ten uitvoer gelegd;

Feiten:

Verzoeker (bvba Oracle Belgium) komt op tegen het uitvoerend beslag door verweerder (de Belgische Staat) met het oog op de gedwongen betaling van een schuldvordering. De schuldvordering betreft de door de Commissie bij besluit (SA37667) opgelegde terugvordering van onrechtmatig geachte staatssteun verleend aan de bvba Tekelec International, zijnde de vrijstelling van belasting van de 'overwinst' van de bvba Tekelec International voor de boekjaren 2009 t/m 2012. De bvba Tekelec International is na het einde van de steunmaatregel en voor het begin van het onderzoek van de Commissie overgenomen door Tekelec Global Inc, welke vervolgens is overgenomen door Oracle Corporation Inc. Verzoeker betoogt dat de staatssteun alleen van de begunstigde teruggevorderd kan worden, en dat hij niet de begunstigde is. Volgens verzoeker hangt het af van de overnameprijs en de bedoeling van de overname wie de begunstigde is. In casu is volgens verzoeker de overnameprijs marktconform en speelde geenszins de bedoeling om de terugbetaling te omzeilen. Daarom stelt verzoeker geen begunstigde te zijn van de omstreden steunmaatregel (en evenmin iemand anders van de Oraclegroep) en kan zij niet aangesproken worden tot terugvordering ervan. Verweerder is van mening dat verzoeker wel aangesproken kan worden tot betaling, omdat zij wel gezien kan worden als begunstigde van de onrechtmatig geachte steunmaatregelen. De rechtspraak van het Hof waarop verzoeker zich beroept, geldt volgens verweerder alleen bij economische steunmaatregelen en niet bij fiscale.

Overweging:

Uit de overwegingen van het besluit van de Commissie blijkt overduidelijk dat niet alleen de vennootschap die de onrechtmatig geachte steunmaatregel heeft gekregen, gehouden is tot terugbetaling, maar ook de andere vennootschappen van dezelfde - multinationale - vennootschapsgroep, omdat zij geacht worden er eveneens voordeel uit te hebben gehaald. De vraag die in deze zaak aan de orde is, is of die regel ook geldt als de vennootschap die de steunmaatregel genoten heeft nadien van groep verandert: wordt de koper (de nieuwe vennootschapsgroep), door de overname van de steunontvangende vennootschap, de begunstigde van de steunmaatregel of blijft de verkoper de begunstigde? Een beslissing van het Hof over de draagwijdte van artikel 2, (2), van het besluit van de Commissie (SA37667) is in het licht van de concrete gegevens van de zaak, noodzakelijk om uitspraak te kunnen doen.

Prejudiciële vragen:

1. Moet artikel 2, (2), van het besluit van 11 januari 2016 van de Europese Commissie (SA37667), luidens hetwelk "bedragen (van de onrechtmatig geachte steunmaatregel van België aan de bvba Tekelec International, bestaande uit een vrijstelling van belasting van de zgn. 'overwinst' voor de boekjaren 2009, 2010, 2011 en 2012, verleend door de Rulingcommissie van de Belgische fiscus bij beslissing van 1 juli 2008) die niet van de ontvangers zijn teruggevorderd na de in lid 1 beschreven terugvordering dienen te worden teruggevorderd van de vennootschapsgroep waartoe de ontvanger behoort", worden begrepen in die zin dat bij overname van de ontvanger van de steunmaatregel (de bvba TekelecInternational) door een nieuwe vennootschapsgroep (de Oracle-groep) na het einde van de steunmaatregel (de steunmaatregel geldend voor de boekjaren 2009, 2010, 2011 en 2012, en de overname daterend van 10 juni 2013) en voor het begin van het onderzoek van de Europese Commissie naar de geoorloofdheid van de steunmaatregel (opgestart bij brief van 19 december 2013), "de vennootschapsgroep waartoe de ontvanger behoort de vennootschapsgroep van de koper wordt, dan wel de vennootschapsgroep van de verkoper blijft?

2. Als het antwoord op die eerste vraag afhankelijk is, ongeacht de aard van de onrechtmatig geachte steunmaatregel (economisch of fiscaal), van de vraag of de overnameprijs al dan niet marktconform is, nl. dat de vennootschapsgroep van de verkoper de begunstigde blijft als de overnameprijs marktconform is, meer bepaald als de waarde van de bedoelde steunmaatregel opgenomen is in de overnameprijs, en dat de vennootschapsgroep van de koper de begunstigde wordt als de overnameprijs onder de marktprijs ligt, meer bepaald als de waarde van de bedoelde steunmaatregel niet of niet volledig opgenomen is in de overnameprijs, op wie rust dan, bij terugvordering van de onrechtmatig geachte steunmaatregel van de vennootschapsgroep van de koper, of van een lid ervan, de bewijslast: moet de nieuwe vennootschapsgroep of het aangesproken lid ervan bewijzen dat de overnameprijs marktconform is of moet de terugvorderende instantie, de Belgische Staat, bewijzen dat de overnameprijs onder de marktprijs ligt?

3. Als het antwoord op die eerste vraag daarentegen, wegens de fiscale aard van de omstreden steunmaatregel, niet afhankelijk is van de vraag of de overnameprijs al dan niet marktconform is, op welke grond moet dan bepaald worden welke vennootschapsgroep, door de overname, "de vennootschapsgroep waartoe de ontvanger behoort" is?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: EZK; FIN-fiscaal