C-348/18 Azienda Agricola - Società semplice

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    16 juli 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    02 september 2018

Trefwoorden: landbouw; melkquota;

Onderwerp:
- Verordening (EEG) nr. 3950/92 van de Raad van 28 december 1992 tot instelling van een extra heffing in de sector melk en zuivelprodukten;
- Verordening (EEG) nr. 536/93 van de Commissie van 9 maart 1993 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de extra heffing in de sector melk en zuivelprodukten.

Feiten:

De verzoekende partij is een melkproductiebedrijf. Van 1 april 2000 tot en met 31 maart 2001 heeft het bedrijf zijn individuele melkquotum overschreden. Het bedrijf is in het kader van de herverdeling geen ongebruikte quota toegekend, omdat die ongebruikte quota herverdeeld zijn volgens een prioriteitscriterium per wettelijk vastgestelde categorie, waartoe verzoekende partij niet behoorde. Door de verzoekende partij wordt in twijfel getrokken of de wettelijke bepalingen verenigbaar zijn met Europese regelgeving die in tegenstelling tot de Italiaanse wet voor die fase een criterium van gelijkheid en evenredigheid hanteert waarvan niet kan worden afgeweken.

Overweging:

Op grond van Europese regelgeving beschikt iedere lidstaat over een totale gegarandeerde hoeveelheid melkproductie (het nationale quotum) die niet hoger mag zijn dan de som van de individuele referentiehoeveelheden (individuele quota). Als het nationale quotum overschreden wordt, moeten de producenten die bijgedragen hebben aan de overschrijding een extra heffing betalen. De lidstaat mag de overschrijdingen van de individuele quota ‘compenseren’ door herverdeling van de ongebruikte individuele quota. De vraag in de onderhavige zaak betreft de wijze waarop de compensatie dient te worden uitgevoerd en in het bijzonder of de herverdeling moet plaatsvinden op basis van gelijkheid en evenredigheid, of dat het de lidstaten is toegestaan om prioriteitscategorieën vast te stellen van producenten die met voorrang worden begunstigd. Naar aanleiding van bestuursrechtelijke procedures heeft de Commissie op een vraag van de Italiaanse regering geantwoord dat de herverdeling moet plaatsvinden op voet van gelijkheid maar dat de lidstaat evenwel kan besluiten om (als alternatief) de ongebruikte individuele quota niet te herverdelen. In dat geval kan het bedrag dat te veel geïnd is, worden gebruikt om nationale herstructureringsprogramma’s te steunen en/of worden teruggegeven aan producenten van bepaalde categorieën. De nationale rechtspraak wijst er echter op dat het toekennen van prioriteit bij het verlenen van compensatie aan de producenten die in economisch slechtere of in anderszins objectief nadeligere omstandigheden verkeren, geen ontoelaatbare of onjuiste uitzondering op een vermeende herverdelingsregel naar evenredigheid is. De Italiaanse kamer is van oordeel dat de opgeworpen vraag niet kennelijk ongegrond is. De vraag is ook belangrijk voor de beslissing. Indien de vraag bevestigend wordt beantwoord, betekent dit dat op onwettige wijze is bepaald welke bedrijven in het kader van de herverdeling als begunstigden zijn aangewezen, met uitsluiting van het thans in beroep gekomen bedrijf. Deze vraag speelt ook in andere zaken. De behandeling van deze zaken is geschorst in afwachting van de prejudiciële beslissing.

Prejudiciële vraag:

Dient artikel 2, lid 1, van verordening nr. 3950/92 – ook in het licht van hetgeen het Hof van Justitie in zijn arrest van 5 mei 2011 in de gevoegde zaken C-230/09 en C-231/09 reeds heeft vastgesteld in verband met artikel 10, lid 3, van verordening (EG) nr. 17[8]8/2003 – aldus te worden uitgelegd dat de hertoewijzing van het ongebruikte deel van de nationale referentiehoeveelheid bestemd voor leveringen kan plaatsvinden volgens door de lidstaten vastgestelde objectieve prioriteitscriteria, of dient het aldus te worden uitgelegd dat die fase van de verevening uitsluitend door een exclusief evenredigheidscriterium moet worden beheerst?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-230/09 , C-231/09

Specifiek beleidsterrein: LNV