C-396/18

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    07 augustus 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    24 september 2018

Trefwoorden: discriminatie; gelijke behandeling; arbeidsrecht; luchtvaart

Onderwerp:
-           Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie;
-           Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad ;
-           Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep;

Feiten:

Verzoeker heeft bezwaar, en vervolgens beroep ingesteld tegen de aan hem op 19.01.2012 betekende ontslag dat op 19.09.2012 zou ingaan wegens het bereiken van de leeftijd van zestig jaar. Verzoeker was werkzaam bij de vennootschap CAI Spa als piloot. De appelrechter heeft het vonnis van de rechter in eerste aanleg bevestigd waarbij de vordering van verzoeker werd afgewezen. De appelrechter was van oordeel dat CAI Spa was opgericht op grond van artikel 25 van wet 124/2007 en dus een “vertrouwelijke” activiteit uitoefende, zijnde een activiteit tot het verstrekken van dekking voor de geheime diensten, zonder winstoogmerk, en verzoeker als piloot bij dat bedrijf was onderworpen aan de speciale regeling van de DPCM (besluit van de voorzitter van de ministerraad) waarin de regels inzake de beperkingen op de tewerkstelling van het luchtvaartpersoneel van CAI Spa zijn vastgelegd. De bepalingen van de codice della navigazione zouden niet van toepassing zijn op luchtvaartuigen die worden ingezet voor de bescherming van de nationale veiligheid. De DPCM voorzag in de automatische beëindiging van de arbeidsverhouding van piloten wanneer zij de leeftijd van 60 jaar bereikten. Volgens de appelrechter was er in casu dus geen sprake van ontslag daar de arbeidsverhouding automatisch was beëindigd, waardoor elk verzoek tot herintegratie geheel ongegrond was. Verzoeker heeft de uitspraak aangevochten en voert aan dat de beëindiging van de werkzaamheden als piloot niet noodzakelijkerwijs hoeft te leiden tot beëindiging van de arbeidsverhouding.

Overweging:

Het is essentieel na te gaan of het in casu aan de orde zijnde verschil in behandeling, dat is ingegeven door de bijzondere aard van de activiteit van CAI Spa, valt onder de gerechtvaardigde verschillen in behandeling. Een andere maatstaf die in beschouwing moet worden genomen, is artikel 21 van het Handvest dat iedere vorm van discriminatie verbiedt, in het bijzonder op grond van leeftijd (C-555/07 en C-190/16) dat in richtlijn 2000/78 concreet is vertaald.

Prejudiciële vragen:

1. Is de nationale regeling vervat in de [decreto del Presidente del Consiglio dei Ministri] van 9 september 2008, die ter uitvoering van artikel 748, derde alinea, van de codice della navigazione de beperkingen op de tewerkstelling van het luchtvaartpersoneel van CAI Spa regelt en met name bepaalt dat de arbeidsverhouding automatisch wordt beëindigd wanneer de werknemer de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt, in strijd met verordening (EU) nr. 1178/2011, voor zover daarin de leeftijdsgrens voor piloten in het commercieel luchtvervoer op 65 jaar wordt vastgesteld, en is deze verordening in casu van toepassing, mocht de bijzondere nationale regeling niet van toepassing worden verklaard?

2. Subsidiair, indien de verordening in casu ratione materiae niet van toepassing wordt verklaard, is voornoemde nationale regeling in strijd met het beginsel van non-discriminatiebeginsel op grond van leeftijd, zoals dit is vastgelegd in [OR.8] richtlijn 2000/78, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, inzonderheid artikel 21, lid 1, ervan, dat in richtlijn 2000/78 concreet is vertaald?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Prigge e.a. C-447/09; Fries C-190/16; Kücükdeveci C-555/07;

Specifiek beleidsterrein: SZW; IenW