C-465/18 Comune di Bernareggio

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    11 september 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    28 oktober 2018

Trefwoorden: eigendomsoverdracht; selectieprocedure; fundamentele vrijheden; werknemersrechten

Onderwerp:

-           VWEU, artikelen 45, 49 t/m 56, 106 en 168(7);

-           Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, artikelen 15 en 16;

-           Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, zoals gewijzigd bij richtlijn 2013/55/EU;

-           Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen.


Feiten:

Bij bericht van 31.01.2014 is de gemeente Bernareggio een selectieprocedure gestart voor de verkoop van een gemeentelijke apotheek, volgens het criterium van de hoogste aangeboden prijs, waarbij een minimumprijs gold van €580.000,-. In de aankondiging van de selectieprocedure was bepaald dat de verkoop aan de voorlopig gekozen inschrijver alleen doorging indien apothekers die voor onbepaalde tijd bij de gemeentelijke apotheek in dienst zijn het recht van voorkeur als bedoeld in artikel 12(2) van wet 362/1991 niet uitoefenden. Op 11.03.2014 heeft de gemeente verkoop van de apotheek voorlopig toegewezen aan AV en BU, eigenaren van een apotheek in een andere stad, die de meest voordelige offerte hadden ingediend. Aan het einde van de selectieprocedure is echter de voorkeur gegeven aan de

offerte van CT, een apotheker die in dienst is van de gemeentelijke apotheek, die zonder deelgenomen te hebben aan de selectieprocedure, middels een brief van 27.03.2014, het recht van voorkeur heeft uitgeoefend en die daarmee de definitieve gunning heeft verkregen. AV en BU hebben de definitieve gunning aan CT aangevochten bij de bestuursrechter in eerste aanleg (hierna: TAR). Daarbij hebben zij onder andere gesteld dat dit recht van voorkeur in strijd is met het Unierecht. Aangezien de TAR het beroep in zijn geheel heeft verworpen, hebben zij hoger beroep aangetekend bij de verwijzende rechter. AV en BU betogen dat de verkoop van een gemeentelijke apotheek aan particulieren in het nationale recht is onderworpen aan een openbare selectieprocedure en dus ook aan de in het Unierecht neergelegde beginselen van vrije mededinging en gelijke behandeling. Het recht van voorkeur wordt volgens hen niet gerechtvaardigd door een reden van algemeen belang.


Overweging:

De verwijzende rechter heeft twijfels of, gelet op de nagestreefde openbare doelstellingen, een recht van voorkeur dat uitsluitend is gebaseerd op de hoedanigheid van een werknemer van de te koop staande gemeentelijke apotheek, redelijk en evenredig is. Volgens de verwijzende rechter is het twijfelachtig of dit recht van voorkeur een redelijk evenwicht tot stand brengt tussen de vereisten van de vrije markt, het vrij verkeer van diensten en de bescherming van het recht op gezondheid. Een nationale wettelijke regeling als de onderhavige, die zonder onderscheid van toepassing is op Italiaanse burgers en op burgers van andere lidstaten, moet voldoen aan de bepalingen inzake de door het Verdrag gewaarborgde fundamentele vrijheden wanneer deze regeling van toepassing is op situaties die verband houden met handel tussen lidstaten en dus gevolgen kan hebben die niet beperkt zijn tot die lidstaat.


Prejudiciële vraag:

Staan de beginselen van vrijheid van vestiging, non-discriminatie, gelijke behandeling, bescherming van de mededinging en vrij verkeer van werknemers, als bedoeld in de artikelen 45, 49 tot en met 56, en 106 VWEU, alsook in de artikelen 15 en 16 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en de daarin besloten liggende vereisten van evenredigheid en redelijkheid, in de weg aan een nationale wettelijke regeling, zoals die neergelegd in artikel 12, lid 2, van wet nr. 362/1991, welke in het geval van eigendomsoverdracht van een gemeentelijke apotheek een recht van voorkeur toekent aan de werknemers van deze apotheek?


Aangehaalde (recente) jurisprudentie: gevoegde zaken C-171/07 en C-172/07; C-393/05; C-531/06; C-400/08; gevoegde zaken C-72/10 en C-77/10; C-141/07;

Specifiek beleidsterrein: EZK; SZW

Gerelateerde documenten