C-532/18 Niki Luftfahrt

Prejudiciële zaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    5 oktober 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    21 november 2018

Trefwoorden: aansprakelijkheid; luchtvaart

Onderwerp:

-           Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

-           Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer, Montreal, 28-05-1999;

-           Besluit 2001/539/EG van de Raad van 5 april 2001 (Verdrag van Montreal).


Feiten:

In augustus 2015 reist de toen nog zesjarige verzoekster met haar gezin van Mallorca naar Wenen in een luchtvaartuig van de inmiddels gefailleerde verwerende luchtvaartmaatschappij. Gedurende de vlucht wordt de vader van verzoekster, die naast haar in het vliegtuig zit, hete koffie geserveerd door de stewardess. Terwijl verzoekster over de armleuning tegen haar vader aan leunde, gleed de beker met koffie van het uitklaptafeltje over haar borstkas heen, waarbij zij tweedegraads brandwonden heeft opgelopen. Er kon niet worden vastgesteld wat de reden voor het glijden van het bekertje is geweest. Verzoekende partij vordert daarop van de curator van de verwerende luchtvaartmaatschappij smartengeld en een schadeloosstelling uit hoofde van misvormingen. Tevens vordert zij de vaststelling van aansprakelijkheid voor eventuele toekomstige gevolgen van dit ongeval. Volgens verzoekster is verweerster aansprakelijk op grond van artikel 17 VvM, verweerster betwist dit.


Overweging:

De rechter in eerste aanleg heeft vastgesteld dat het omvallen van de beker en morsen van de hete vloeistof over verzoekster beschouwd moet worden als een ongeval in de zin van artikel 17 VvM, omdat dit het gevolg was van een ongewone externe gebeurtenis. Het verzoek tot betaling is daarom gerechtvaardigd. De rechter in beroep heeft de vordering afgewezen omdat artikel 17 VvM alleen betrekking zou hebben op ongevallen die zijn veroorzaakt door een typisch luchtvaartrisico. Dit risico dient door verzoekster te worden aangetoond. Het VvM bevat geen definitie van het begrip “ongeval”. Omstreden is of dit begrip en bijgevolg ook de aansprakelijkheid moet worden beperkt tot gevallen waarin sprake is van de verwezenlijking van een typisch luchtvaartrisico.


Prejudiciële vragen:

Is er sprake van een „ongeval” waarvoor de vervoerder aansprakelijk is in de zin van artikel 17, lid 1, van het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer, gesloten te Montreal op 28 mei 1999, door de Europese Gemeenschap op 9 december 1999 ondertekend op de grondslag van artikel 300, lid 2, EG en vervolgens namens de Gemeenschap goedgekeurd bij besluit 2001/539/EG van de Raad van 5 april 2001 (Verdrag van Montreal; hierna ook: „VvM”), indien een beker met hete koffie die aan boord van een vliegtuig tijdens de vlucht is neergezet op het uitklaptafeltje dat aan de stoel daarvoor is bevestigd, om onbekende redenen begint te glijden en omvalt, waardoor een passagier brandwonden oploopt?



Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Wucher Helicopter GmbH, C-6/14.

Specifiek beleidsterrein: IenW; JenV
 

Gerelateerde documenten