C-613/18 Canada

C-613/18 Canada

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    13 november 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    30 december 2018

Trefwoorden: bronbelasting; dividend; vrij verkeer van kapitaal

Onderwerp: artikel 63 VWEU

                    artikel 65 VWEU


Feiten:

De beleggingen van de Canadese Staat worden beheerd door een autonome instantie – Canada Pension Plan (CPP)– die namens de Canadese Staat verantwoordelijk is voor de pensioenfondsen die zij in beheer heeft gekregen uit hoofde van de Canada Pension Plan Act. In 2009 heeft dit CPP ongeveer 600.00 Euro aan dividend ontvangen uit beleggingen in PT aandelen. In 2012 heeft het CPP vier verzoeken ingediend tot herziening van de bronbelasting die werd ingehouden op de in 2009 uitgekeerde dividenden voor de aandelen die hij op dat moment bezat in de vennootschappen Jerónimo Martins, Galp Energia, EDP – Energias de Portugal, en Cimpor – Cimentos de Portugal [omissis]; deze verzoeken zijn op 10 december 2012 afgewezen bij beslissing van de directeur van de dienst internationale betrekkingen van de Autoridade Tributária e Aduaneira. Het onderhavige beroep is bij de  Tribunal Administrativo e Fiscal de Lisboa ingesteld op 29 augustus 2013.


Overweging:

Verzoeker stelt ten eerste dat, overeenkomstig de belastingregeling die van toepassing is op de Portugese Staat, slechts op de helft van de ontvangen dividenden bronbelasting had mogen worden ingehouden. Hij voert aan dat, doordat hij een andere fiscale behandeling heeft gekregen dan

de Portugese Staat, de bepalingen van het VWEU inzake het discriminatieverbod en het vrije verkeer van kapitaal zijn geschonden. Hij argumenteert dat het woonplaatscriterium de heffing van belasting kan rechtvaardigen, maar niet kan wettigen dat van hem hogere belasting wordt geheven dan van de Portugese Staat of dat de Canadese Staat wordt gediscrimineerd ten opzichte van de Portugese Staat, waaraan hij in alle opzichten dient te worden gelijkgesteld. Hij is derhalve van mening dat deze regel –

artikel 48, lid 3, [CIRC] (het huidige artikel 53) – indruist tegen het VWEU, in het bijzonder het beginsel van vrij kapitaalverkeer, dat ook moet gelden voor betrekkingen tussen een in een lidstaat gevestigde entiteit en een in een derde land gevestigde entiteit. De Fazenda Pública betoogt daarentegen dat de bepalingen van de CIRC inzake belastingheffing van niet-ingezetenen op inkomsten die zijn verkregen op het Portugese grondgebied geen inbreuk vormen op artikel 63 VWEU, aangezien zij steun vinden in artikel 65 VWEU, lid 1, onder a).(..) De vraag in deze procedure is of de rechtsregeling inzake de definitieve bronbelasting uit hoofde van de vennootschapsbelasting verenigbaar is met het verbod op beperkingen van het kapitaalverkeer tussen lidstaten en derde landen. Uit artikel 63 VWEU vloeit voort dat alle beperkingen op het vrije verkeer van kapitaal tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en derde landen verboden zijn. In artikel 65 VWEU is evenwel bepaald dat artikel 63 niet afdoet aan het recht van de lidstaten de ter zake dienende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen die een onderscheid maken tussen belastingplichtigen die niet in dezelfde situatie verkeren met betrekking tot hun vestigingsplaats of de plaats waar hun kapitaal is belegd. Uit de rechtspraak van het Hof blijkt bovendien dat hoewel de directe belastingen tot de bevoegdheid van de lidstaten behoren, de lidstaten deze bevoegdheid moeten uitoefenen in overeenstemming met de beginselen van de Unie, en in het bijzonder met de fundamentele vrijheden.


Prejudiciële vraag:

Is het, met betrekking tot de belastingheffing over dividenden die door een op het nationale grondgebied gevestigde vennootschap worden uitgekeerd aan een niet-ingezeten entiteit, verenigbaar met het verbod op beperkingen van het kapitaalverkeer tussen lidstaten en derde landen dat het effectieve tarief van de vennootschapsbelasting hoger is voor in een derde land gevestigde entiteiten dan voor een entiteit van dezelfde aard die op het nationale grondgebied is gevestigd?


Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: FIN-fisc