C-648/18 Hidroelectrica

C-648/18 Hidroelectrica

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    07 december 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    23 januari 2019

Trefwoorden: vrij verkeer; interne markt; elektriciteit

Onderwerp:

-           Artikel 35 en 36 VWEU;


Feiten:

Hidroelectrica is een privaatrechtelijke Roemeense vennootschap met als bedrijfsactiviteiten onder andere de opwekking, het vervoer en de distributie van elektriciteit. De vennootschap bezit zowel een vergunning voor de opwekking als een vergunning voor de levering van elektriciteit. Hidroelectrica bezit tevens een handelsvergunning afgegeven door de regelgevende instantie voor energie van Hongarije. Na verkrijging van deze vergunning, met ingang van december 2014, heeft de vennootschap contracten afgesloten voor de verkoop van elektriciteit via een gecentraliseerd transactieplatform in Hongarije. Op 11.05.2015 heeft ANRE (de Roemeense regelgevende instantie op energiegebied) aan Hidroelectrica het proces-verbaal doen toekomen waarbij de vennootschap een bestuurlijke geldboete is opgelegd, aangezien zij niet op transparante wijze de totale hoeveelheid beschikbare elektriciteit heeft aangeboden op de competitieve elektriciteitsmarkt in Roemenië, maar een deel van de door haar opgewekte elektriciteit heeft geëxporteerd naar de elektriciteitsmarkt in Hongarije, waarmee zij heeft gehandeld in strijd met de geldende wettelijke bepalingen. Hidroelectrica heeft hier beroep tegen ingesteld. Hidroelectrica stelt dat het proces-verbaal nietig is omdat het in strijd is met het beginsel van het vrije verkeer van goederen binnen de Unie. Bij civiel vonnis verklaarde de rechter in eerste aanleg de klacht van Hidroelectrica gegrond. Het proces-verbaal en de oplegging van de boete is nietig verklaard. ANRE heeft vervolgens hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis en heeft aangevoerd dat de rechter in eerste aanleg blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. ANRE heeft verzocht om een prejudiciële vraag aanhangig te maken ter verduidelijking van de bepalingen van artikel 35 van het VWEU.


Overweging:

Hidroelectrica is beboet omdat zij “niet op transparante wijze de totale hoeveelheid beschikbare elektriciteit heeft aangeboden op de competitieve elektriciteitsmarkt in Roemenië, maar een deel van de door haar opgewekte elektriciteit heeft uitgevoerd naar de elektriciteitsmarkt in Hongarije, waarmee zij heeft gehandeld in strijd met de geldende wettelijke bepalingen”. Tegelijkertijd verbiedt artikel 35 VWEU kwantitatieve beperkingen op de uitvoer en maatregelen van gelijke werking. Daarom is een prejudiciële vraag die beoogt duidelijkheid te verschaffen over de verenigbaarheid van de door ANRE gegeven uitlegging van de geldende wettelijke bepalingen met het VWEU richtinggevend voor de beslechting van het geding. Het Hof heeft zich tot op heden niet gebogen over de overeenstemming van een wet, regeling of administratieve praktijk ter beperking van de uitvoer door producenten te verplichten om energie uitsluitend via een in hun herkomstland geregistreerd transactieplatform te verkopen, met de bepalingen

van het VWEU.


Prejudiciële vragen:

Staat artikel 35 VWEU in de weg aan een uitlegging van artikel 23, lid 1, en artikel 28, onder c), van Legea energiei electrice și a gazelor naturale nr. 123/2012 volgens welke elektriciteitsproducenten in Roemenië verplicht zijn de totale hoeveelheid opgewekte elektriciteit uitsluitend te verhandelen via een gecentraliseerde competitieve markt in Roemenië, hoewel de mogelijkheid bestaat om energie te exporteren, zij het niet rechtstreeks maar via handelsbedrijven?


Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: EZK