C-662/18 en C-672/18 Ministre de l'Action et des Comptes publics e.a.

C-662/18 en C-672/18 Ministre de l'Action et des Comptes publics e.a.

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    21 december 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    07 februari 2019

Trefwoorden: belastingen; fiscaal; winstmargeregeling

Onderwerp:

-           Richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende Lid-Staten;

-           Richtlijn 2009/133/EG van de Raad van 19 oktober 2009 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, gedeeltelijke splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten en voor de verplaatsing van de statutaire zetel van een SE of een SCE van een lidstaat naar een andere lidstaat;


Feiten:

De feiten en de prejudiciële vragen in C-662/18 en C-672/18 zijn nagenoeg identiek. Verzoeker (AQ) heeft zeggenschap over de vennootschappen VH en BR en vraagt om nietigverklaring van paragraaf 130 van de administratieve toelichting in het Franse “Mededelingenblad openbare financiën – belastingen” van 24.07.2017. Het verzoek heeft betrekking op de bepaling voor zover daarin de inkomensaftrek voor de duur van het houderschap wordt uitgesloten voor kapitaalwinst die is gerealiseerd vóór 01.01.2013 en waarvoor belastinguitstel geldt, en niet een algemene inkomensaftrek wordt vastgesteld op basis van de duur van het houderschap, vanaf de aankoop van de effecten die in ruil zijn gegeven tot de verkoop van de effecten die uit de ruil zijn verkregen, en die wordt berekend op de som van de kapitaalwinst waarvan belasting bij de ruil is uitgesteld en de kapitaalwinst die op de verkoop van de uit de ruil verkregen effecten is gerealiseerd. Het belang van AQ heeft betrekking op een effectenruil tussen VH en BR. De effectenruil wordt geregeld door artikel 150-0 B ter van het Frans algemeen belastingwetboek (CGI). AQ kan de nietigverklaring van de bestreden administratieve toelichting slechts vorderen voor zover die betrekking heeft op interne situaties. AQ stelt dat in de door hem betwiste verklaringen bepalingen zijn overgenomen die onverenigbaar zijn met de doelstellingen van artikel 8(1) van richtlijn 2009/133, doordat zij toestaan dat belasting wordt geheven op de volledige kapitaalwinst uit de effectenruil, terwijl de kapitaalwinst uit de verkoop van de in ruil ontvangen effecten in voorkomend geval inkomensaftrek voor de duur van het houderschap geniet, waardoor die twee kapitaalwinsten dus niet aan dezelfde belastingregeling worden onderworpen.


Overweging:

De uitlegging van de nationale bepalingen en de verenigbaarheid ervan met richtlijn 2009/133 hangen af van het antwoord op de vraag of de bepalingen van artikel 8 van de richtlijn zich ertegen verzetten dat de kapitaalwinst die wordt gerealiseerd bij verkoop van de in ruil ontvangen effecten en de uitgestelde kapitaalwinst worden belast volgens verschillende heffingsgrondslag- en tariefregels. Tevens is van belang of artikel 8 van de richtlijn eraan in de weg staat dat de verminderingen van de heffingsgrondslag die zijn bedoeld om rekening te houden met de duur van het houderschap van de effecten niet van toepassing zijn op de uitgestelde kapitaalwinst, aangezien die regel betreffende de heffingsgrondslag niet van toepassing was op de datum waarop die kapitaalwinst werd gerealiseerd, maar van toepassing zijn op de kapitaalwinst uit de verkoop van de in ruil ontvangen effecten, rekening houdende met de ruildatum en niet met de verwervingsdatum van de geruilde effecten.


Prejudiciële vragen:

– Dient artikel 8 van de richtlijn van 19 oktober 2009 aldus te worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat de kapitaalwinst die is gerealiseerd bij de verkoop van de in ruil ontvangen effecten volgens andere heffingsgrondslag- en tariefregels wordt belast dan de kapitaalwinst waarvan de belasting is uitgesteld?

– Dient dat artikel in het bijzonder aldus te worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat de verminderingen van de heffingsgrondslag die zijn bedoeld om rekening te houden met de duur van het houderschap van de effecten niet van toepassing zijn op de kapitaalwinst waarvan de belasting is uitgesteld, op grond dat die regel betreffende de heffingsgrondslag niet van toepassing was op de datum waarop die kapitaalwinst werd gerealiseerd, maar wel van toepassing zijn op de kapitaalwinst uit de verkoop van de in ruil ontvangen effecten, rekening houdende met de ruildatum van de effecten, en niet met de verwervingsdatum ervan?


Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Jacob/Ministre des Finances et des Comptes publics en Ministre des Finances en des Comptes publics/Lassus C-327/16 en C-421/16.

Specifiek beleidsterrein: FIN-fiscaal