C-670/18 Comune di Gesture

C-670/18 Comune di Gesture

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    19 december 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    05 februari 2019

Trefwoorden: ambtenarenrecht; gepensioneerden; arbeidsrecht; discriminatie

Onderwerp:

-           Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep;

-           Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, artikel 21.


Feiten:

In het onderhavige beroep verzoekt CO om nietigverklaring van de door de Commune di Gesturi bekendgemaakte oproep tot indiening van blijken van belangstelling betreffende “onderzoek en advies gemeentelijk ecocentrum’’. De oproep bepaalt dat belangstellenden geen gepensioneerden mogen zijn die voorheen in de overheidssector werkzaam waren. Verzoeker voert aan dat hij niet aan de procedure kan deelnemen omdat hij momenteel een gepensioneerde ambtenaar is en daarmee dus niet voldoet aan de hierboven aangegeven eis, ook al voldoet hij wel aan de rest van de gestelde eisen. De nationale regeling leidt volgens verzoeker tot een vorm van indirecte discriminatie in verband met de leeftijd van de geadresseerden (artikel 2(2)b) van richtlijn 2000/78) en is daarom in strijd met het doel discriminatie te bestrijden zoals vastgesteld in artikel 1 van deze richtlijn. Aan deze discriminatie lijkt geen “legitiem doel” ten grondslag te liggen (zoals artikel 6(1) van richtlijn 78/2000 eist), aangezien de regeling uitdrukkelijk beoogt te vermijden dat “gepensioneerden binnen diensten grote verantwoordelijkheid krijgen” om “een natuurlijk personeelsverloop te verzekeren”. Ook is volgens verzoeker de nationale regeling in strijd met artikel 21 van het Handvest. Uit het bovenstaande leidt verzoeker af dat de clausule in de oproep tot indiening van blijken van belangstelling onrechtmatig, en dus vernietigbaar of nietig is, aangezien daarmee bepalingen worden toegepast die buiten beschouwing moeten worden gelaten omdat zij in strijd zijn met de communautaire regeling.


Overweging:

Volgens de verwijzende rechter moet de vraag worden voorgelegd of artikel 5(9) van het wetsbesluit - waarin is bepaald dat overheidsdiensten geen opdrachten voor onderzoek en advies mogen gunnen aan gepensioneerden die voorheen in de particuliere of overheidssector werkzaam waren - verenigbaar is met het Unierecht. De vraag is relevant, aangezien de litigieuze clausule van de bestreden oproep die deelname aan de selectieprocedure belet, rechtstreekse toepassing van de voornoemde regeling inhoudt. Indien het aangevoerde argument wordt aanvaard, kan het geding worden beslecht door de clausule van de oproep nietig te verklaren.


Prejudiciële vraag:

Staat het beginsel van non-discriminatie als bedoeld in de artikelen 1 en 2 van richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 in de weg aan artikel 5, lid 9, van decreto-legge nr. 95 van 6 juli 2012 (met wijzigingen omgezet bij wet nr. 135 van 7 augustus 2012, zoals gewijzigd bij artikel 6 van decreto-legge nr. 90 van 24 augustus 2014, omgezet bij wet nr. 114 van 11 augustus 2014), waarin is bepaald dat overheidsdiensten geen opdrachten voor onderzoek en advies mogen gunnen aan gepensioneerden die voorheen in de particuliere of overheidssector werkzaam waren?



Aangehaalde (recente) jurisprudentie: /

Specifiek beleidsterrein: SZW