Een nationale regeling die het beginsel van het gezag van gewijsde onverkort toepast op een vonnis van het Hof van Arbitrage voor Sport (CAS), dat is getoetst door een rechter uit een derde land die daarom geen prejudiciële vragen kan voorleggen aan het EU-Hof, is in strijd met het Unierecht, in het bijzonder met het beginsel van effectieve rechtsbescherming in de zin van artikel 47 van het EU-Handvest voor de grondrechten. Dat is de conclusie en advies van advocaat generaal Ćapeta aan het EU-Hof in verband met prejudiciële vragen van de Belgische rechter.
Nieuwsbericht | 21-01-2025