Nieuws

Contentverzamelaar

Webcontent zoeken

Verslag van de Commissie over de toepassing van de Brussel I bis-verordening

Uit het verslag volgt dat de regels van de Brussel I bis verordening in hun geheel als duidelijk en eenvoudig worden beschouwd. Er bestaat ook een brede consensus dat de rechtspraak van het EU-Hof in beginsel voldoende richtsnoeren en bijstand biedt aan de rechterlijke macht bij de toepassing van de regels van de verordening. Met betrekking tot een aantal specifieke kwesties zijn verschillende EU-lidstaten echter van mening dat de uitlegging van de verordening complexe problemen met zich meebrengt, en zij stellen voor dat de Europese wetgever voor verduidelijkingen zorgt.

Nieuwsbericht | 03-06-2025

EU-Hof wijst in het kader van de internationale bevoegdheidsregels inzake verzekeringszaken een arrest over een lidstaat als werkgever

Een EU-lidstaat die optreedt als werkgever die is gesubrogeerd in de rechten van de ambtenaar die het slachtoffer is geworden van een verkeersongeval en wiens loon hij heeft doorbetaald, kan als ‘getroffene’ in de zin van de Europese Brussel I bis-verordening worden aangemerkt. Die lidstaat kan als getroffene een in een andere lidstaat gevestigde wettelijke-aansprakelijkheidsverzekeraar van het bij dat ongeval betrokken voertuig oproepen voor het gerecht van de plaats van de zetel van het bestuursorgaan waarbij die ambtenaar in dienst is. Dat is het antwoord van het EU-Hof op prejudiciële vragen van een Duitse rechter.

Nieuwsbericht | 02-05-2025

EU-Hof oordeelt over het conflictrechtelijke begrip ‘gewone verblijfplaats’ in de context van diplomatieke plaatsingen

De status van diplomatieke ambtenaar van één van de echtgenoten en zijn toewijzing aan een standplaats in de ontvangende staat verzetten zich er in beginsel tegen dat de gewone verblijfplaats van de echtgenoten voor de toepassing van het EU-conflictenrecht wordt geacht zich in die staat te bevinden. Dit is slechts anders indien uit een globale beoordeling van alle omstandigheden van het geval blijkt dat de echtgenoten voornemens zijn het centrum van hun belangen in die staat te vestigen en zij bovendien met een voldoende mate van bestendigheid aanwezig zijn op het grondgebied van die staat. Dat is het antwoord van het EU-Hof op prejudiciële vragen van een Duitse rechter.

Nieuwsbericht | 27-03-2025

EU-Hof verduidelijkt de werkingssfeer van de EU-Alimentatieverordening

De EU-Alimentatieverordening is zowel van toepassing op vorderingen van onderhoudsgerechtigden tot toekenning van alimentatie en tot verhoging van het bedrag van alimentatie als op vorderingen van onderhoudsplichtigen tot wijziging van onderhoudsverplichtingen die ertoe strekken dergelijke bedragen te verminderen of deze verplichtingen te beëindigen. Dat is het antwoord van het EU-Hof op prejudiciële vragen van een Bulgaarse rechter.

Nieuwsbericht | 27-03-2025

EU-Hof: de gerechten van de lidstaten zijn bevoegd om uitspraak te doen over de geldigheid van in derde staten geregistreerde octrooien

De gerechten van de EU-lidstaten mogen over de geldigheid van een in een derde staat geregistreerd octrooi beslissen in het geval de verweerder die geldigheid betwist in het kader van een vordering wegens een inbreuk op dat octrooi. De gerechten van de derde staat blijven wel bij uitsluiting bevoegd om dat octrooi nietig te verklaren. Dat is het antwoord van het EU-Hof op prejudiciële vragen van een Zweedse rechter.

Nieuwsbericht | 25-02-2025

Commissie presenteert eerste verslag over toepassing van Rome II-verordening

Het verslag bevat de eerste algemene beoordeling van de toepassing van de Verordening betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II), onder meer op basis van verschillende studies, en een onderzoek van de jurisprudentie van het EU-Hof en de nationale rechtbanken. In het verslag wordt ook ingegaan op een aantal nieuwe en opkomende kwesties zoals kunstmatige intelligentie en een steeds toenemende onlineomgeving.

Nieuwsbericht | 11-02-2025

EU-Hof stelt vast welke rechter bevoegd is in een internationaal geschil over overeenkomst tot onlineverstrekking van software

De plaats waar de afnemer toegang heeft tot de software is de ‘plaats van uitvoering’ van een overeenkomst tot onlineverstrekking van software. Het ter beschikking stellen van de software aan de betrokken afnemer vormt namelijk de kenmerkende verbintenis van die overeenkomst. De rechter van de plaats waar die verbintenis wordt uitgevoerd, is bevoegd in een internationaal geschil over een overeenkomst tot onlineverstrekking van software. Dat is het antwoord van het EU-Hof op een prejudiciële vraag van een Oostenrijkse rechter.

Nieuwsbericht | 03-12-2024

EU-Hof wijst arrest inzake de afbakening van de Brussel I bis-verordening en de Insolventieverordening

De vordering die een schuldeiser bij een andere nationale rechter dan de rechter van de insolventieprocedure heeft ingesteld met betrekking tot een factuur die ter verificatie bij de curator is ingediend, valt binnen de werkingssfeer van de Brussel I bis-verordening en niet van de Insolventieverordening. Dat is het antwoord van het EU-Hof op prejudiciële vragen van een Belgische rechter.

Nieuwsbericht | 22-11-2024

EU-Hof: kennelijke schending van persvrijheid rechtvaardigt weigering van tenuitvoerlegging vonnis

De tenuitvoerlegging van een vonnis waarbij een journalist en een krantenuitgever zijn veroordeeld tot betaling van schadevergoeding moet worden geweigerd wanneer dit zou leiden tot een kennelijke schending van de persvrijheid. Dit is het geval wanneer de toegekende schadevergoeding kennelijk onevenredig is aan de betrokken reputatieschade en dus een afschrikkend effect dreigt te hebben op de toekomstige berichtgeving in de media over soortgelijke aangelegenheden in de aangezochte lidstaat of, meer in het algemeen, op de uitoefening van de in artikel 11 van het EU-Handvest neergelegde persvrijheid. Dat is het antwoord van het EU-Hof op prejudiciële vragen van een Franse rechter. 

Nieuwsbericht | 29-10-2024

EU-Hof oordeelt over de kwalificatie van een nationale bepaling als een ‘bepaling van bijzonder dwingend recht’ in de zin van de Rome II-verordening

De aangezochte rechter moet op basis van een uitvoerige analyse vaststellen dat de betrokken bepaling in de rechtsorde van de lidstaat van die rechter als fundamenteel wordt beschouwd, en dat de door die bepaling nagestreefde doelstelling niet kan worden bereikt door toepassing van het recht dat krachtens de collisieregels van de Rome II-verordening is aangewezen. Dat is het antwoord van het EU-Hof op een prejudiciële vraag van een Bulgaarse rechter.

Nieuwsbericht | 11-09-2024