Een vonnis waarbij een tot vrijheidsbeneming strekkende medische maatregel is opgelegd valt niet binnen de werkingssfeer van het Kaderbesluit wederzijdse erkenning alternatieve straffen en proeftijdbeslissingen, maar binnen de werkingssfeer van het Kaderbesluit wederzijdse erkenning gevangenisstraffen. De bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat kan dus slechts op grond van het Kaderbesluit wederzijdse erkenning gevangenisstraffen worden verplicht om een dergelijk vonnis te erkennen en ten uitvoer te leggen. Dat is het antwoord van het EU-Hof op een prejudiciële vraag van een Belgische rechter.
Nieuwsbericht | 23-10-2025
Kaderbesluit 2002/584 (Kaderbesluit over het Europees Aanhoudingsbevel, EAB) heeft als uitgangspunt dat een EAB dat door een lidstaat is uitgevaardigd in principe moet worden uitgevoerd, waarbij de betrokkene voor strafvervolging of uitvoering van een straf wordt overgeleverd aan die lidstaat. Weigering van uitvoering is slechts in een aantal gevallen mogelijk, op grond van verplichte uitzonderingsgronden of facultatieve weigeringsgronden. Bij de facultatieve weigeringsgrond van artikel 4, lid 6 Kaderbesluit EAB kan de overlevering geweigerd worden omwille van de resocialisatie van de betrokkene in de uitvoerende lidstaat. Deze lidstaat moet zich dan daadwerkelijk ertoe verbinden om de opgelegde vrijheidsstraf ten uitvoer te leggen. In dat geval erkent de uitvoerende lidstaat noodzakelijkerwijs het vonnis van de beslissingsstaat overeenkomstig de bepalingen van Kaderbesluit 2008/909 (Kaderbesluit wederzijdse erkenning gevangenisstraffen). Dat betekent dat de beslissingsstaat ermee in moet stemmen dat de andere lidstaat de uitvoering van de straf overneemt. Dat is het antwoord van het EU-Hof op prejudiciële vragen van een Roemeense rechter.
Nieuwsbericht | 19-09-2025
Een door de uitvaardigende staat aangeduid bestuursorgaan dat in een zaak optreedt als strafrechtelijke onderzoeksautoriteit en waarvan de onderzoeksmaatregelen die een inmenging in de grondrechten van de betrokkene impliceren, overeenkomstig het nationale recht vooraf moeten worden toegestaan door een rechterlijke autoriteit, kan als uitvaardigende autoriteit worden aangemerkt. Dat is het antwoord van het EU-Hof op een prejudiciële vraag van een Duitse rechter.
Nieuwsbericht | 30-07-2025
Een lidstaat mag weigeren om een Europees arrestatiebevel (EAB) ten uitvoer te leggen wanneer er een reëel risico bestaat dat, bij overlevering, de grondrechten van betrokkene zouden worden geschonden. Wanneer die schending verband houdt met de bewarings-omstandigheden in de uitvaardigende lidstaat moet, om straffeloosheid te voorkomen, de lidstaat die weigert zelf de straf ten uitvoer leggen. Daarbij moet wel worden voldaan aan de voorwaarden die artikel 4, lid 6, van het kaderbesluit EAB stelt én aan de eisen die voortvloeien uit het kaderbesluit wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging gevangenisstraffen. Dat is het advies van advocaat-generaal Rantos aan het EU-Hof naar aanleiding van prejudiciële vragen van een Belgische rechter.
Nieuwsbericht | 10-07-2025
Onder het EU-Kaderbesluit wederzijdse erkenning strafvonnissen valt de schuldigverklaring en de bepaling van een evenredige sanctie onder de bevoegdheid van de beslissingsstaat en valt de tenuitvoerlegging van de sanctie onder de bevoegdheid van de tenuitvoerleggingsstaat. Een beslissing tot opschorting van een vrijheidsstraf maakt geen deel uit van de tenuitvoerlegging van een vonnis. De tenuitvoerleggingsstaat mag daarom de tenuitvoerlegging van een door de beslissingsstaat uitgesproken vrijheidsstraf niet opschorten. Dat is het advies van advocaat-generaal Ćapeta aan het EU-Hof naar aanleiding van prejudiciële vragen van een Spaanse rechter.
Nieuwsbericht | 12-06-2025
Het Kaderbesluit EAB staat de uitvoerende rechterlijke autoriteit toe om de tenuitvoerlegging van een EAB te weigeren wanneer (I) de strafvervolging volgens de wetgeving van de uitvoerende lidstaat is verjaard en (II) de feiten naar het strafrecht van deze staat onder zijn eigen rechtsmacht vallen. Deze twee voorwaarden zijn cumulatief. De rechterlijke autoriteit kan zich dus niet op die weigeringsgrond beroepen wanneer de strafvervolging of straf volgens de wetgeving van de uitvoerende lidstaat is verjaard, maar de feiten naar het strafrecht van de uitvoerende lidstaat niet onder zijn rechtsmacht vallen. Dat is het antwoord van het EU-Hof op prejudiciële vragen van een Spaanse rechter.
Nieuwsbericht | 25-04-2025
Sinds de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie is de tenuitvoerlegging in de Unie van door het Verenigd Koninkrijk uitgevaardigde aanhoudingsbevelen geregeld in de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk en de Unie. Volgens het EU-Hof moeten de rechterlijke autoriteiten van de lidstaten waaraan wordt verzocht zo’n bevel ten uitvoer te leggen, autonoom nagaan of de betrokkene bij overlevering aan het Verenigd Koninkrijk het door hem gestelde risico op schending van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie loopt. Het overleveringsmechanisme waarin de handels- en samenwerkingsovereenkomst voorziet, verschilt van dat van het kaderbesluit betreffende het Europese aanhoudingsbevel. Dat is de uitspraak van het EU-hof naar aanleiding van prejudiciële vragen van de Ierse rechter.
Nieuwsbericht | 01-08-2024
Wanneer een EU-lidstaat een verzoek tot het arresteren en overleveren van een persoon ontvangt van het Verenigd Koninkrijk, waartegen de betrokken persoon heeft aangevoerd dat het uitvoeren van dat verzoek zou resulteren in een inbreuk van zijn of haar rechten zoals neergelegd in het EU-Handvest, en daartoe ook bewijs is aangevoerd, dient de rechterlijke instantie van de lidstaat waartoe het verzoek is gericht op grond van objectieve, betrouwbare, specifieke en geüpdatete informatie te onderzoeken of een dergelijk risico bestaat. Indien er substantiële en vastgestelde gronden zijn om aan te nemen dat een dergelijk risico bestaat, mag de rechterlijke instantie de uitvoering van het verzoek weigeren. Dat is de conclusie van Advocaat-Generaal Szpunar naar aanleiding van prejudiciële vragen van de Ierse rechter inzake een ingesteld beroep van het Ministerie van Justitie en Gelijkheid tegen MA.
Nieuwsbericht | 15-07-2024
Een Europees onderzoeksbevel (EOB) voor de overdracht van bewijs dat al door een andere lidstaat is verzameld, kan onder bepaalde voorwaarden worden uitgevaardigd door een openbare aanklager. Voor het uitvaardigen van het EOB hoeft niet te zijn voldaan aan de voorwaarden die gelden voor het verzamelen van bewijs in de uitvaardigingsstaat. De eerbiediging van de grondrechten van de betrokkenen moet echter achteraf door de rechter kunnen worden getoetst. Bovendien moet een aftapmaatregel van een lidstaat op het grondgebied van een andere lidstaat tijdig aan die andere lidstaat worden meegedeeld. De strafrechter moet onder bepaalde voorwaarden bewijzen buiten beschouwing laten wanneer de betrokkene zich niet over die bewijzen kan uitspreken. Dat is de uitspraak van het EU-Hof naar aanleiding van prejudiciële vragen van de Duitse rechter.
Nieuwsbericht | 08-05-2024
Bij wijze van uitzondering kan een rechter evenwel weigeren om een moeder van inwonende jonge kinderen over te leveren indien aan twee voorwaarden is voldaan (de tweestappentoets). Ten eerste moet er een reëel gevaar bestaan op schending van het grondrecht van de moeder op eerbiediging van het privéleven en het familie en gezinsleven en van het belang van haar kinderen wegens structurele of fundamentele gebreken met betrekking tot de omstandigheden waarin moeders van jonge kinderen worden gedetineerd en waarin er voor die kinderen wordt gezorgd in de lidstaat die het EAB heeft uitgevaardigd. Ten tweede moeten er zwaarwegende en op feiten berustende redenen bestaan om aan te nemen dat de betrokkenen, gelet op hun persoonlijke situatie, wegens dergelijke omstandigheden dat risico lopen. Dat is het antwoord van het EU-Hof op vragen van een Italiaanse rechter.
Nieuwsbericht | 02-01-2024
Toont 1 - 10 van 50 resultaten.